Nikolaj Zaremba (1821-1879) en zijn betekenis voor de Russische muziek

P1060755.JPGOlga de Kort. Nikolaj Zaremba (1821-1879) en zijn betekenis voor de Russische muziek (gepubliceerd in PianoBulletin, 2012, nr.2, september, p.67-74) 

Ken je de componist Nikolaj Zaremba?” Deze vraag die presentator Thijs Bonger van de Concertzender mij in de pauze van een concert tijdens het Storioni Festival stelde, bracht me in verwarring. De naam Zaremba riep bij mij alleen associaties op met de gelijknamige operazangeres uit de jaren negentig van de vorige eeuw, maar de componist? Nee, die kende ik niet. Gelukkig bleek mijn musicologische black out vrij simpel te verklaren. Tot een jaar geleden wist namelijk niemand hoe de muziek van Nikolaj Zaremba (1821-1879) klonk.

Zaremba kwam in de Russische muziekgeschiedenisboeken alleen voor als een strenge docent theorie en compositie aan het St. Petersburgse Conservatorium. En als weinig betekenisvolle, reactionaire, Duits georiënteerde en – in de ogen van de opvolgers van het Machtige Hoopje – een te ver van de Russische muziekbodem verwijderde leraar van Pjotr Tsjaikovski, Herman Laroche, Vassili Safonov en Anna Jesipova. Zo gaat het vaak in de muziekgeschiedenis. Een paar pittige opmerkingen van strijdlustige muziekcritici en één sarcastisch en steeds opnieuw geciteerd zinnetje in een brief van een beroemdheid, en het vonnis wordt uitgesproken. En het wordt er voor de toekomstige generaties onbevooroordeelde onderzoekers bepaald niet gemakkelijker op als een componist zijn werken nooit publiceert en zijn gezin inclusief het gehele familiearchief na zijn dood naar het buitenland verhuist.

Vergeten door musicologen gedurende meer dan een eeuw, kwam Nikolaj Zaremba weer in de belangstelling naar aanleiding van de opening van de archieven van het Conservatorium in St. Petersburg. De jonge onderzoeker Andrei Alexejev-Boretski verzette bergen werk om het familie-archief en de Zaremba-nazaten via Internet in Nederland (de dochter van Zaremba Lydia trouwde in 1891 met de latere Nederlandse premier Theodorus Heemskerk), Zwitserland en Amerika op te sporen. Nadat tientallen manuscripten met nog nooit uitgevoerde orkest-, koor- en pianocomposities in Basel werden gevonden, lukte het Alexejev-Boretski om binnen één jaar een familiereünie én een Zaremba-tentoonstelling in het museum van het St. Peterburgse Conservatorium te organiseren, een CD met pianist Ivan Alexandrov op te nemen, een scriptie over Zaremba te schrijven en in boekvorm in december 2011 te publiceren.

Toeval of niet maar slechts twee dagen nadat ik de naam van Zaremba voor het eerst gehoord had, zat ik in de Sweelinckzaal van het Conservatorium van Amsterdam naar de pianomuziek en het Strijkkwartet (1864) van de herontdekte componist te luisteren. Het concert werd georganiseerd door Zaremba’s achter-achterkleindochters Sandra van Beek en Clara Clack-van Beek en mede mogelijk gemaakt door het Wilhelmina E. Jansen Fonds. Ik moet bekennen dat ik niets ‘reactionairs’ in de muziek van de leraar van Tsjaikovski gehoord heb. Reden genoeg om meer aandacht aan het bijzondere leven van Zaremba, zijn betekenis voor de Russische muziek en de onverwachte connecties van de Russische conservatoriumdocent met Nederland te besteden.

Van voorbeeldige overheidsambtenaar naar muziektheoreticus. Het korte leven van Nikolaj Zaremba (15 juni 1821- 27 maart 1879) bestond in feite uit twee levens, wat niet helemaal ongewoon was voor Russische musici in de negentiende eeuw. De eerste helft verliep volgens de in zijn milieu geldende tradities, de tweede helft  werd gewijd aan de muziek. Er zijn voorbeelden genoeg van componisten met een vergelijkbare levensloop, met als koplopers Pjotr Tsjaikovski, Nikolaj Rimski-Korsakov en Modest Moesorgski (Aleksandr Borodin durfde nooit één van zijn ‘levens’ op te geven wat hem op zijn vierenvijftigste een hartstilstand bezorgde). Ook Nikolaj Ivanovitsj (von) Zaremba, geboren in het gezin van een beroepsmilitair uit een oud aristocratisch Pools-Russisch geslacht, leidde tot zijn dertigste een leven geheel volgens verwachtingen en familietradities: gymnasium, rechtenstudie aan de St. Petersburgse Universiteit en een veelbelovende carrière bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wie Zaremba in zijn jonge jaren in St. Petersburg tegenkwam, zag een keurige jongeman uit een goede familie, een gedisciplineerde, ijverige en gewaardeerde overheidsambtenaar, die in zes dienstjaren slechts twee keer voor een maand van zijn vakantieverlof gebruik maakte.1 Pas na de dood van zijn vader besloot Nikolaj zijn gevestigde leven volledig om te gooien en zich geheel aan de muziek te wijden. Al tijdens zijn universiteitsstudie nam hij pianolessen bij Anton Gerke (1812-1870) en cellolessen bij Johann Benjamin Gross (1809-1848), maar zijn ware passie was de muziektheorie.

Zaremba vertrok naar Duitsland, zogenaamd “om te kuren en aan te sterken na een ziekte”, maar in plaats van het helende mineraalwater te drinken volgde hij muziektheoriecolleges bij Adolf Marx (1799-1866) in Berlijn. Deze progressieve en toonaangevende Duitse theoreticus, componist, professor aan de universiteit van Berlijn en een van de oprichters van het plaatselijke conservatorium en de Allgemeine Musikalische Zeitung, onderwees zijn leerlingen aan de hand van zijn eigen theorie- en compositieleergang2. Naast colleges bezocht Zaremba concerten, lezingen, kocht nieuwe muziekpartituren, hernieuwde zijn kennismaking met Liszt3, raakte bevriend met Hans von Bülow en voelde zich uiteindelijk zo ingeburgerd in het Duitse muziekleven dat hij plechtig beweerde Duitsland voor altijd als zijn ‘muzikale vaderland’ te blijven zien.4 Dat is geen gunstige overtuiging voor de toekomstige opleider van een keur aan Russische nationale (en vaak nationalistische) componisten, pianisten, theoretici en critici; daar werd de Duits-georiënteerde Zaremba later vaak op afgerekend door César Cui, Modest Moesorgski en Herman Laroche.

Grondlegger van de Russische muziektheorieschool. Terug in St. Petersburg vond Zaremba werk als cantor van de Lutherse Petrus- en Pauluskerk en als dirigent van de Duitse Zangakademie. Zijn droom om als professionele musicus van zijn werk te kunnen leven werd werkelijkheid. Binnen enkele jaren werd Zaremba een veelgevraagd docent Muziektheorie en bovendien de enige die alle vakken in het Russisch doceerde. In 1860 werd hij door het Russische Muziekgenootschap uitgenodigd openbare lezingen te geven over muziektheorie, en, na gebleken succes, als compositiedocent. Een jaar later volgde de benoeming tot theorie- en compositiedocent van het net opgerichte conservatorium in St. Petersburg. Op zijn veertigste werd Nikolaj Zaremba al algemeen beschouwd als grondlegger van de Russische klassieke muziektheorieschool.

De oprichter en de eerste directeur van het conservatorium, pianist en dirigent Anton Rubinstein, beschreef Zaremba als “een protestant, gedeeltelijk fanatiek in religieuze zaken, maar een uitstekende professor Muziektheorie, die hij in het Russisch gaf. Vóór hem, moest degene die kennis met de muziektheorie wilde maken zich tot buitenlanders richten of naar Duitsland gaan. [ …] Zaremba was een mens van goud voor het conservatorium en kende zijn vak uitstekend.”5

Vanaf het begin had Zaremba het ontzettend druk: iedereen die wilde studeren werd  zonder examens en zelfs zonder enige gehoortest aangenomen, en alle studenten waren verplicht om theorieklassen te volgen. Dat viel zwaar voor talloze musicerende juffrouwen die niet gewend waren om op tijd te komen en huiswerkopdrachten te krijgen. Tranen, excuses, laatkomers, maar in het najaar van 1861 kreeg Zaremba zijn eerste echt getalenteerde leerling, Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Het was Zaremba die de onzekere en aan zijn toekomst twijfelende Tsjaikovski adviseerde de knoop door te hakken en net als hijzelf vroeger zich geheel aan de muziek te wijden. Ook de gebroeders Dostojevski volgden de theorielessen. Fjodor studeerde piano, zijn broer Michail viool, en samen zwoegden ze bij de harmonieopdrachten van Zaremba. Het lesprogramma  en de opgaven van de strenge leraar zijn terug te vinden in vele bewaard gebleven schriften, waaronder de collegenotities van Nadezjda Poergold, de toekomstige vrouw van Rimski-Korsakov.

Een ideale professor. De systematische en gestructureerde opbouw van de lessen en de solide muziektheoretische kennis die Zaremba zijn leerlingen aanbood waren heel belangrijk, vooral in deze beginjaren van de Russische muziekvakopleidingen. Het respect voor de kennis, pedagogische en persoonlijke kwaliteiten van Zaremba was buitengewoon groot. In zijn herinneringen schreef Herman Laroche (1845-1904) dat “Nikolaj Ivanovitsj vele kwaliteiten van een ideale professor had. [ …] Hij kwam volledig toegerust voor de dag, duidelijk voorbereid en met een tot het laatste detail uitgewerkte cursus. [ …] Zoals het een overtuigende leerling van Marx betaamde, was Nikolaj Ivanovitsj een muzikale liberaal en progressieveling, [hij] geloofde niet alleen in Beethoven in het algemeen, maar ook in zijn laatste periode in het bijzonder…” 6.

De beruchte verwijten en aanvallen die de reputatie van Zaremba in de latere muziekgeschiedenisboeken vertekenden werden bij nader inzien in polemieken uitgesproken, waren zwaar overdreven en uitsluitend gebaseerd op persoonlijke voorkeuren en belangen. Zo maakte dezelfde Laroche in zijn herinneringen over de conservatoriumstudie van Tsjaikovski de beroemde opmerking dat de muzikale belangstelling van Zaremba niet verder ging dan Beethoven en Mendelssohn: “De nieuwste muziekbeweging in Duitsland geleid door Schumann, was hem [ …] onbekend, net zoals hij Berlioz niet kende en Glinka negeerde. Dit laatste geval zegt iets over zijn afwezigheid van de Russische bodem.”7 Deze beschuldiging is heel serieus door generaties Sovjet musicologen van het ene naar het andere boek overgeschreven. Maar degene die de kans kreeg om verder te lezen kon zien dat ook Anton Rubinstein en passent een niet minder ernstig verwijt kreeg over het ontbreken van ‘Russische trekken’ en ‘Russische geluiden’ in zijn werken: “Hij is opgegroeid met [muziek van] Franz Schubert, Schumann en Mendelssohn en accepteerde alleen hun orkest, dat wil zeggen het orkest van Beethoven [ …], terwijl wij, de jeugd, op natuurlijke manier dol waren op het nieuwste orkest.” Hier is sprake van een duidelijk generatieconflict, een kloof tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ muziek met haar ontluikende Russisch-nationale muziekideaal, verwoord in harde, polemische taal, die door het toedoen van onzorgvuldige en partijdige muziekgeschiedschrijvers Zaremba, hopelijk tijdelijk, zijn plaats in de muziekgeschiedenis kostte.

Zaremba als componist. Zaremba was een ideale docent. Hij was meer dan kritisch ten opzichte van  zijn eigen composities. Fjodor Tolstoj herinnerde zich zijn gesprek met Zaremba op een jubileumavond ter gelegenheid van tienjarig bestaan van het St. Petersburgse Conservatorium. Op de vraag waarom zijn muziek nooit meer tijdens concerten klonk, antwoordde Zaremba dat hij zijn roeping in het doceren en niet in het componeren zag. Hij was overtuigd dat een docent of professor die zijn  “autoriteit wil bewaren, alleen perfecte composities aan het publiek moet tonen. […] Een professor moet geen slaaf zijn van zijn zelfingenomenheid. […] Hij moet altijd naar het ideaal zoeken. Doceren is vergelijkbaar met een apostolische dienst, vooral in Rusland, waar de muzikale opvoeding net uit de wieg begint te komen.”8

Bij een componist met dergelijke uitgangspunten is het niet vreemd dat bijna niemand de muziek van Zaremba kende. Hij componeerde, corrigeerde zichzelf, herschreef en liet voorlopig zijn complete oeuvre in de la liggen. Eén symfonie, één strijkkwartet, negen pianowerken, talloze koorwerken, oratorium Johannes der Taufer: alles is in 2010-2011 teruggevonden in Zwitserland. Ook vijf van zijn negen pianocomposities lagen opgeslagen in de archieven van de Universiteitsbibliotheek te Basel. Geen van deze stukken werd ooit gepubliceerd. Daarom vormden de foto’s die Sandra van Beek en Erik Pels van de manuscripten maakten, de basis van de concerten in St. Petersburg en in Amsterdam. De Sonate in E, Méditation, Mazurka, Nocturne, Gedanke en het eerste deel van het Strijkkwartet werden gespeeld vanaf de uitvergrote foto’s.

Niet alleen qua formaat passen de meeste van Zaremba’s pianowerken op één of twee albumpagina’s, ook qua vorm zijn het kleine miniaturen in romantische stijl van Chopin en Mendelssohn. Het gaat om echte albumstukken, vaak zonder opusnummer en jaartal, met uitgewerkte improvisaties gebaseerd op arpeggio’s en opeenvolgende harmonische verbindingen. De vroegste composities Mazurka (1842-43) en Polacca (1855) zijn lichte, bruisende karakterstukken, ongetwijfeld geïnspireerd door Chopin en Zaremba’s docent, de grote Chopin-liefhebber Anton Gerke.9 Méditation staat dichter bij Schumann, terwijl de zangerige en bij flarden stormachtige Gedanke weer aan Chopin doet denken. Deze compositie is opgedragen aan Zaremba’s leerlinge en protegee Anna Jesipova (dankzij Zaremba’s bemiddeling kon de talentvolle pianiste gratis aan het conservatorium studeren), die graag muziek van Chopin op haar recitals speelde.

De aan dynamiek en virtuoze pianistische passages rijke Sonate in E is allerminst een saai pennenprobeersel van de theoriedocent. Ook hier is een duidelijke voorliefde voor arpeggio’s, groots opgebouwde akkoorden, effectvolle toonladdersloopjes en meesterlijk uitgewerkte contrapuntische secties te vinden. In alle drie de delen toont Zaremba dat hij geen gebrek aan muzikale ideeën heeft. De dromerige en vurige romantiek van Schumann en de jonge Beethoven (de Mondschein-Sonate) klinken door in de muziek van Zaremba, die heel herkenbaar en toch origineel overkomt. En inderdaad is deze niet Russisch zoals het ‘Russisch’ van Moesorgski of Rimski-Korsakov. Alle door mij gehoorde, gespeelde en bekeken pianowerken zijn werken van de Europese componist uit de tweede helft van de negentiende eeuw, die, gezien vanuit onze kennis van de muziek van deze periode, goed in het muzikale landschap van zijn tijd past. Dat is volgens de Russische nationalistische muziekcritici een gebrek, maar met iets meer nuance uitgedrukt: slechts een teken van een stijlbewustheid en trouw aan de eigen principes en muzikale taal van zijn tijd. Het is maar net hoe het bekeken wordt, in welke context en in welke tijd.

Andrei Alexejev-Boretski schrijft in zijn scriptie over de invloed van Zaremba op werken van zijn leerling Tsjaikovski, en geeft een voorbeeld van vergelijkbare melodische lijnen en constructies in werken van Zaremba en Tsjaikovski. Maar dit aspect vraagt naar mijn mening meer onderzoek dat alleen mogelijk is na het bestuderen van alle werken van Zaremba.

Directeur van het conservatorium. Van de tien jaar die Nikolaj Zaremba aan het St. Petersburgse Conservatorium was verbonden, was hij vier jaar (1867-1871) directeur. Hij volgde de lijn van Rubinstein en probeerde de plannen van zijn voorganger te verwezenlijken. Zo heeft hij de koor- en operaklassen gegrondvest, terwijl de hooggeplaatste begunstigers, onder wie groothertogin Elena Pavlovna, juist de toekomst in een uitgebreide orkestafdeling zagen. Zaremba was fel gekant tegen het veranderen van het conservatorium in ‘een orkestschool’ en voelde zich na vele onenigheden met de groothertogin genoodzaakt om ontslag te nemen.

Zijn vertrek uit het conservatorium leidde tot zijn afscheid van Rusland. Samen met zijn vrouw Adelaida von Klugen en de kinderen Felician, Lydia en Emilia vestigde Zaremba zich in de Duitse Ludwigsburg. Hij werd een fervente concertbezoeker in Stuttgard, bracht uren in de plaatselijke kerk door om zijn orgelspel te perfectioneren en begon weer te componeren. In deze Duitse ‘rustjaren’ schreef hij de meeste pianowerken en het oratorium Johannes der Taufer voor een koor, solisten en orkest.

Laatste jaren. En toch ging Zaremba twee jaar later weer terug naar St. Petersburg, zich al bewust over zijn ongeneeslijke hartziekte. Een van zijn laatste privéstudenten was Vassili Safonov (1852-1919), misschien wel de meest dankbare en toegewijde leerling die Zaremba ooit had. Net als bij Tsjaikovski, herkende Zaremba het grote talent van Safonov en overtuigde diens vader over een muzikale en niet militaire of diplomatieke carrière van zijn zoon.

In zijn ontroerende necrologie10 van Nikolaj Zaremba beschreef Safonov zijn leraar als een “eerlijke werker, onvoorwaardelijk toegewijd aan zijn roeping, een wijze en goed opgeleide man met levendige en beeldende spraak, een denker in zijn beroep, eindeloos aardig en meelevend voor iedereen die bij hem advies of steun zocht, een mens met kinderlijk zuivere, vertederend idealistische ideeën over het leven, een voorbeeldige christen en familieman, in één woord – een mens met een zuiver hart en rechtvaardige geest. Als docent laat Nikolaj Ivanovitsj een onuitwisbare herinnering in de harten van zijn leerlingen achter. Naast diepe en veelzijdige vakkennis bezat hij een wonderlijke gave om  uit te leggen, […] hij kon een onderwerp bezielen. Onder zijn handen werd de school geen despotisch-autoritaire heerser maar een vriendelijke helper, die met elke stap een steeds breder gezichtsveld aan een leerling toonde. […] Naar elk van zijn leerlingen keek hij als naar een wezen die het recht heeft op een zelfstandige ontwikkeling, en op niemand paste hij het algemene sjablonen toe.”

Zaremba en Nederland. Na de dood van haar man vertrok Adelaide von Zaremba naar Montreux. Het familiearchief met Zaremba’s brieven en zijn nooit uitgegeven muziekcomposities werden later geschonken aan de Universiteitsbibliotheek van Basel. Via het huwelijk van de jongste dochter Lydia (1869-1955) met Theodorus Heemskerk (1852-1932) kwam een deel van het archief naar Nederland. De schoonzoon van Nikolaj Zaremba werd achtereenvolgens voorzitter van de ministerraad en minister van Binnenlandse Zaken (1908-1913), minister van justitie (1918-1925) en minister van staat (1926-1932). Lydia bezocht haar vaderland als de vrouw van de Nederlandse premier en hielp tijdens de Eerste Wereldoorlog met het oprichten van het Nederlandse militaire ziekenhuis in St. Petersburg. Over de muziek van haar vader praatte ze nooit. Haar oudste dochter trouwde met de kunstschilder Eduard Gerdes (1887-1945), de kleindochter trouwde op haar beurt met de beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003). De jongste zoon van Lydia Zaremba werd net als haar man en ooit ook haar vader  jurist, een beroepskeuze die ook haar kleinzoon Frederik Heemskerk (huidige vice-voorzitter van de Willem Mengelberg Vereniging) maakte. Behalve in Nederland (families Heemskerk, Remijnse, Van Beek, Hofstede) wonen de nazaten van Nikolaj Zaremba in de Verenigde Staten en Zwitserland.

Het onderzoek van Andrei Alexejev-Boretski heeft veel in beweging gebracht. Zowel in Rusland als in Nederland wordt er veel gedaan om Zaremba weer op de kaart te zetten. Het Amsterdamse concert op 25 januari 201211 werd opgenomen door de Concertzender en uitgezonden op 1 mei 2012 tijdens een programma Zoektocht naar Zaremba, vergeten, verguisd, verdonkeremaand12. Op het moment van het schrijven van dit artikel worden er  plannen gemaakt voor de publicatie van Zaremba’s composities, vertaling van het boek van Andrei Alexejev-Boretski en de uitvoering van het oratorium Johannes der Taufer in het jubileumjaar Nederland-Rusland 2013. Het is te hopen dat alle inspanningen van de onderzoeker en de familie helpen om Nikolaj Zaremba, zijn plaats in de muziekgeschiedenis én zijn muzikale stem terug te geven aan de muziekwereld. ©OlgadeKort, 2012.

Noten:

  1. Alexejev-Boretski, Andrei, Nikolaj Ivanovitsj Zaremba. Sankt-Petersburg: Beresta, 2011. p. 49.
  2. Marx, Adolf Bernhard, Die Lehre von der musikalischen Komposition, praktisch-theoretisch. Leipzig, 1837.
  3. In zijn brieven liet Zaremba enkele heel interessante beschrijvingen van Liszt na.
  4. Alexejev-Boretski, p. 67.
  5. idem, p.96.
  6. Geschiedenis van de Russische muziek, vol. 6: De jaren 50’-60’ van de negentiende eeuw. Moskou: Muzyka, 1989, p. 180.
  7. idem, p. 45.
  8. Alexejev-Boretski, p. 102.
  9. idem, p. 47.
  10. Safonov, V., Necroloog van Nikolaj Zaremba, 7 april 1879, Moskou Vedomosti, in: Alexejev-Boretski, p. 206.
  11. Programma: Introductie door Andrei Alexejev-Boretski; Pianowerken door Ivan Alexandrov; Strijkkwartet door het Fenrych kwartet; Film Zaremba, my unknown relative van Olivier Garcia.

Meer informatie: Nikolaj Zaremba, Olga de Kort, piano. Pianomuziek van Nikolaj Zaremba in de Hermitage Amsterdam, de website van Sandra van Beek: http://www.sandravanbeek.nl/zaremba.

PDF: O.deKort.N.Zaremba-PB-2-2012

Comments

  1. Reblogged this on Russische muziek in Nederland.

  2. Dear Olga, I read your beautifully written biography of Nikolai Zaremba with profundity, pleasure & pride. I am so happy that my great-great-grandfather will slowly be recognized and re-established for his contribution to the evolution of classical music in Russia and that his name and efforts will be honored like they should.
    all the best, regards from Clara

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: