Leiden: Op zoek naar parels in De Lakenhal

Tentoonstelling ‘Parelen in kunst, natuur en dans’: Museum De Lakenhal, Leiden – 16.09.2012-13.01.2013. (gezien op 9 januari 2013)

‘Hier klopt iets niet’, denk ik terwijl ik van de ene naar de andere zaal van De Lakenhal loop.  Ik ben altijd voor hersengymnastiek, sta zeker open voor ‘een nieuwe museumbeleving’ en kan zeer zeker verbanden leggen, associatief denken en zelfs de ontbrekende ‘rode draad’ vinden.  Ik had wel een tentoonstelling over ‘parelen in kunst, natuur en dans‘ in de meer traditionele zin van het woord verwacht maar kan de poëtische video-dans-allegorie waarin de vallende en rollende parels door blote mannenvoeten betrapt worden, ook waarderen. En ik begrijp natuurlijk wel dat een dansende vrouw in een zilvergrijs pak op zich al een parel is, en dat parelvissers op de bodem van de zee ongetwijfeld een museale verzameling van krabben, kreeften en andere onderwater wezens tegen komen.  Ik kan niet alleen de (overigens prachtig uitgevoerde) ‘Oestereten‘-installatie thuis brengen, maar indien nodig ook een beeld van een barende vrouw met uitpuilende (parelvormige?) ingewanden. En toch klopt er iets niet, waarom loop ik dan zo onverschillig en vermoeid rond en raak steeds meer ongeïnteresseerd?

Niet dat ik me helemaal verveel: de soundscapes van Darien Brito en Christiano Melli (scène 4), Pearlmarkets van de MuMu groep in de Staalmeesterkamer en het draaiorgel met de Bizet’s Parelvissers-duet van Thomas Bensdorp zijn zonder meer interessant. Maar ze maken nog geen tentoonstelling voor mij,  het verbindende verhaal over het meisje Siluce ten spijt blijft het bij losse scènes: dansfilms, schilderijen, kleine monitoren met balletfragmenten, kijkgaten voor enkele parelcreaties die nog kleiner lijken in verhouding met de grote videoschermen en 3D animaties. Nog lang voor de laatste scène 10 heb ik al genoeg van het leggen van verbanden en het bedenken van een uitleg over de rol van elke installatie en tentoonstellingsobject.  Toevallig sla ik een verkeerde kant op en loop de zaal met de reguliere tentoonstelling binnen. En dan weet ik het meteen: ik ben gewoon te moe geworden van bewegende beelden en een overvloed aan geluiden, lichten, kleuren, animaties, video’s, draaiende danseressen.  Te veel prikkels, te veel aanknopingspunten, te veel verwijzingen,  te veel verbanden. Ik begrijp nu waarom de bezoekers die ik tegen kom zo verwilderd uit hun ogen kijken. Ik kijk waarschijnlijk niet anders.  En ik maar denken dat ik aan alles gewend ben en voor een compleet nieuwe museumbeleving klaar ben! Nou, de stille museumkamers zijn zo slecht nog niet. ©OlgadeKort, 2013.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: