Olga de Kort. Interview met Lucas van Woerkum (deKlank, 2015, nr.1)

Olga de Kort. Interview met Lucas van Woerkum: ‘Bij elke uitvoering creëer ik live een nieuwe film’. (gepubliceerd in deKlank, 2015, nr.1 september-november, p.6-11). PDF: Olga de Kort. Interview Lucas van Woerkum – deKlank, 2015-1.

lucas_van_woerkum_-_afbeelding_rechtenvrij_-_fotograaf_marcel_molle_-_kleurSymphonic Cinema – de geboorte van een nieuw
genre.  
Lucas van Woerkum: ‘Bij elke uitvoering creëer ik live een nieuwe film’

Als klassieke muziekliefhebber maak je niet elke dag de geboorte van een nieuw genre mee. De tijd van de eerste ouvertures, symfonieën, opera’s en balletten lijkt ver achter ons te liggen. Klassieke muziek is gecatalogiseerd, gerangschikt en onderverdeeld in genres, stijlen en stromingen. En toch is alles nog steeds mogelijk, vooral als je het aandurft om de gevestigde orde van een klassiek concert op te schudden door de technische ontwikkelingen van de 21ste eeuw de concertzaal binnen te laten. Zoals cineast Lucas van Woerkum, die zijn Symphonic Cinema creëerde, een genre dat tot enkele jaren geleden onmogelijk was.

Hoe kwam je op het idee van Symphonic Cinema? ‘Ik was altijd geïnteresseerd in muziek met een verhaal en vond het jammer dat muziekverhalen onzichtbaar blijven. In het programmaboekje kun je alles over een stuk lezen, maar hoe kom je dichter bij de wereld van een componist terwijl je in een concertzaal naar zijn muziek zit te luisteren? Na mijn vooropleiding hoorn aan het Fontys Conservatorium Tilburg studeerde ik Audiovisuele Media aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Al tijdens de opnamen van mijn eerste studiefilm over de Amerikaanse tournee van het Nederlands Studenten Orkest en mijn assistentschap bij mijn leraar, de filmmaker Frank Scheffer, merkte ik dat ik me nog verder in de visualisatie van muziek wilde verdiepen. De techniek van de live combinatie van beeld en muziek stond op dat moment nog in de kinderschoenen. De al enigszins ingeburgerde click tracks voor synchronisatie waren nogal bindend voor een dirigent, die voortdurend op de beelden moest letten. De introductie van de iPad vijf jaar geleden gaf meteen de mogelijkheid om de shots via dit nieuwe ‘instrument’ live te monteren. Een ware opluchting voor een dirigent, die dus zelf niet meer naar de filmbeelden hoeft te kijken: hij dirigeert, het orkest speelt en ik doe de rest.’

Hoe voelde het om een nieuw genre te introduceren? ‘Heel spannend! In het begin was je geheel afhankelijk van wifi in de zaal en kon je alleen maar hopen dat de verbinding niet weg zou vallen. Voorafgaand aan mijn film The Isle of the Dead op de muziek van Sergej Rachmaninov heb ik nog enkele films gemaakt met Dirk Brossé, Willem Jeths, Joey Roukens en Michel van der Aa. The Isle of the Dead werd in 2011 met Het Residentie Orkest uitgevoerd.’

Tussen The Isle of the Dead met muziek van Rachmaninov en Firebird op muziek van Stravinsky zitten drie jaar. Twijfelde je of je met Symphonic Cinema door wilde gaan of was je op zoek naar een geschikt verhaal? ‘Dat ik door wilde gaan, wist ik wel zeker. Ik was al na de eerste uitvoering van The Isle of the Dead voor een nieuw project gevraagd. Ook het nieuwe verhaal heb ik vrij snel gevonden, het Russische Vuurvogel-sprookje gaf mij genoeg stof om over na te nadenken. Wel had ik een jaar nodig om eerst met verschillende scenaristen mijn ideeën uit te werken. Maar het belangrijkste was dat ik met mijn nieuwe project een nieuw concept wilde introduceren: een concert met alleen Firebird op het programma. Geen omlijstende ouvertures of symfonieën, alleen de film van een uur. Het Nederlands Philharmonisch Orkest wilde het graag proberen, en zo speelde het vijf concerten in januari 2015 in het Koninklijk Concertgebouw.’

Hoe ging je te werk bij het maken van Firebird? ‘Ik begin bij de muziek. Door de partituur grondig te analyseren, zie ik waar de climaxmomenten zitten, welke leidmotieven en instrumenten op bepaalde momenten klinken. Ik maak een tijdlijn, leef als het ware met de muziek mee en denk ook vanuit de muziek. Pas later komt het verhaal. Bij Firebird moest ik beslissen welke thema’s uit het oorspronkelijke verhaal ik in de film wilde gebruiken. In het sprookje speelt de Vuurvogel een kleine rol, alle aandacht gaat naar de strijd van Ivan en Kashchej, die als het ware het goede en het kwade belichamen. Ik heb besloten om deze eeuwige strijd nog dramatischer te maken door de aandacht naar de Vuurvogel te verplaatsen. Mijn Vuurvogel is half mens- half vogel, en bovendien de dochter van Kashchej. Deze onverwachte wending brengt veel vragen met zich mee: hoe is zij een vogel geworden, waarom is er geen goede band tussen haar en haar vader, waar komen alle frustraties vandaan? Ik heb heel bewust een geboortescène toegevoegd waarin de vrouw van Kashchej een zwart ei baart en overlijdt. De tovenaar weet daar geen raad mee en probeert het ei in de slotgracht te verdrinken. Dat roept een vloek op, waardoor Kashchej op slag oud wordt. Als je de film bekijkt, begrijp je dat de tovenaar een probleem voor zichzelf vormt omdat hij zijn vogelkant niet wil tonen. Zijn dochter zoekt tevergeefs toenadering tot hem zodat hij accepteert dat hij zelf gedeeltelijk een vogel is. Dat gebeurt pas aan het eind, maar ik ga nu het eind niet verklappen!’

Welke rol spelen de andere personages in deze ouder-kindrelatie? ‘Het publiek hoeft zich geen zorgen te maken, Ivan verschijnt zeker op het toneel. Op het moment dat de Vuurvogel aan kracht begint te winnen en de vloek besluit terug te draaien, heeft zij Ivan nodig, die al die tijd in de hofhouding van haar vader werkte. De vondst van het veertje van de Vuurvogel is een beslissend moment in de film: ieder personage wordt menselijker, zoekt toenadering tot elkaar en ondergaat een persoonlijke transformatie.’

Hielp de muziek van Stravinsky bij het schrijven van je eigen verhaal? ‘Ja, het was ontzettend interessant om met de muziek van Stravinsky te werken. Je merkt al snel hoe de componist zijn spanningsbogen opbouwde of waar hij rekening met dansscènes hield. Bij meesterwerken als De Vuurvogel bestaat het gevaar dat je eigen interpretatie veel te dwingend en overheersend overkomt. Mijn doel was om juist geen muziekillustraties te maken en de muziek niet met een reeks beelden te overladen. De focus moest altijd op de muziek liggen.’

Je vraagt veel van je publiek! Het moet én naar de muziek van Stravinsky luisteren én de ontwikkelingen in je film niet uit het oog verliezen. ‘Dat realiseer ik me wel. Het concept van Symphonic Cinema vraagt veel inspanning van het publiek. Het is een intense ervaring als je naar een film kijkt in het bijzijn van een orkest van honderd mensen. Niet iedereen vindt het trouwens leuk, vooral als men van tevoren een gewone film verwacht en niets anders wil dan in zijn stoel achterover leunen.’

Wat gebeurt er tijdens de uitvoering? Wat is je rol in het orkest? ‘Ik monteer alle shots live. Luisteraars realiseren het zich vaak niet, maar de tempi van elke dirigent en elk orkest kunnen verschillen, tot vijf extra minuten aan toe. In dit geval kan ik de lengte van de beelden aanpassen. Ieder shot is circa 10-15 seconden langer opgenomen, en ik kan op elk moment beslissen hoe ik de beelden ga monteren, waar ik de film versnel of vertraag. Ik ‘beweeg’ met de muziek mee, let op elke solo en elke orkestinzet. Ik reageer meteen op wat ik op dat moment zie en voel. Het publiek krijgt iedere keer een iets andere film te zien die live wordt gecreëerd.

Jij bent dus nooit klaar met je project? ‘Nee, ik ben er constant mee bezig. Niet alleen tijdens de repetities, ook tijdens het concert zelf kunnen de scènes worden veranderd, schots verlengd of ingekort. Al mijn opgeslagen bronmateriaal kan elk moment van pas komen.’

Hoe reageren musici op de film en jouw aanwezigheid in het orkest? ‘Aan het begin gaan ze er vaak vanuit dat het een zoveelste filmproject is, een film die ze van geluid moeten voorzien zoals bij stomme-filmvertoningen. Maar nadat ze eenmaal de film gezien hebben, verandert hun houding. Ik merk dat ze zelf iets meer geven omdat mijn concerten een ander, veel jonger, publiek aantrekken.’

Het genre is geboren, kunnen we de komende tijd nieuwe Symphonic Cinema-projecten verwachten? ‘Vanaf volgend jaar wordt Firebird over de hele wereld gespeeld, maar ik ben nu al met twee nieuwe programma’s bezig. Dat betekent nieuwe verhalen en nieuwe interpretaties, iedere keer iets anders dan het publiek verwacht. Ik hoop dat de orkesten en het publiek, net als bij The Isle of the Dead en Firebird, hiervoor open zullen staan.’ ©Olga de Kort, 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: