O.de Kort. Interview met Jacob Bogaart – The Art of Dutch Keyboard Music (Luister, 2015, nr.709)

Opmaak 1Olga de Kort. Nederlandse klaviermuziek door de eeuwen heen: Jacob Bogaarts persoonlijke bloemlezing (gepubliceerd in Luister, 2015, nr.709, p.111-113). 

► The Art of Dutch Keyboard Music, Jacob Bogaart (piano), 8 cd-box. ► Meer informatie: http://www.jacobbogaart.com. ► PDF: OdeKort-InterviewJacobBogaart-Luister-2015-709

Jacob Bogaart, pionier, pleitbezorger en onvermoeibaar ontdekker van Nederlandse pianomuziek, noemt zichzelf schertsend ‘de minst Nederlandse pianist van Nederland’. Hij studeerde namelijk aan het Salzburgse Mozarteum en de Romeinse Accademia di Santa Cecilia en werkte in Parijs als assistent van pianiste Magda Tagliaferro. Nog steeds kan hij zich verbazen over het feit dat Nederlandse klaviermuziek op zijn pad kwam, hem in haar greep nam en nooit meer heeft losgelaten. Na een zoektocht van 35 jaar presenteert Bogaart acht cd’s met 112 composities van Nederlandse bodem: The Art of Dutch Keyboard Music.

Uw eerste opnamen met Nederlandse pianowerken dateren uit 1981. Hoe kwam u op het idee om zich in de Nederlandse pianoliteratuur te verdiepen? ‘Puur toeval! Ik was net terug uit Parijs waar ik vijf jaar had gewoond, toen Sieuwert Verster, muziekprogrammeur, directeur van het Orkest van de Achttiende Eeuw en oprichter van het platenlabel Attacca, mij vroeg of ik Nederlandse pianomuziek op mijn repertoire had. Dat was niet het geval, maar ik was bereid om enkele stukken in te studeren voor zijn programma over culturele veranderingen rond 1900. Maar welke stukken? We hebben stapels fotokopieën in het Gemeentemuseum in Den Haag gemaakt, allemaal aardige en vrij eenvoudige gelegenheids- en salonmuziekstukken uit 1850-1920. Na het doorspelen is deze stapel aanzienlijk in omvang gekrompen. Er zaten echter ook enkele juweeltjes tussen van Dirk Schäfer, Alphons Diepenbrock, Jan Brandts Buys en Leander Schlegel. Deze composities kwamen dan ook op mijn eerste lp, uitgebracht door Attacca.’

     Hoe voelde het om een pionier te zijn van Nederlandse klaviermuziek? ‘Het was fantastisch! Als je het kaf van het koren scheidt, kom je veel mooie werken tegen. Dat spoorde mij aan om verder te gaan zoeken. Er verscheen een nieuwe lp met het Pianokwintet van Dirk Schäfer, daarna nog een met het Concertino van Henriëtte Bosmans. Voor het NCRV-programma van Leo Samama ging ik in de jaren negentig weer op zoek naar nog meer klaviermuziek en heb opnieuw veel interessante werken gevonden. Alle drie lp’s werden in de jaren 1980-’90 vrij veel gedraaid op de radio, er was in die tijd veel belangstelling voor het Nederlandse muzikale erfgoed. De eerste lp werd trouwens in 1981 door Cornelis van Zwol besproken in Luister.’

De oude opnamen zijn nu verhuisd naar een cd-box. ‘Ik ben blij dat ze dankzij deze cd-box opnieuw te beluisteren zijn. Eigenlijk weer puur toeval! Pianist Jan Wijn heeft tijdens het opruimen van zijn zolder mijn eerste lp gevonden en vond dat ik er toch iets mee zou moeten doen. En zo ontstond het idee van deze cd-box, dat mij de afgelopen vijf jaar heeft bezig gehouden. Aanvankelijk dacht ik aan tien cd’s maar ik moest bij acht al een lijn trekken, anders stop je nooit.’ (lacht)

Het is een indrukwekkende anthologie geworden, die ondanks de relatieve incompleetheid representatief is voor de Nederlandse muziekgeschiedenis. Welke criteria paste u toe bij de selectie van composities? ‘Ik beschouw deze cd-box als een bloemlezing en zeker niet als de canon van de Nederlandse klaviermuziek of als een standaard verzameling. Het geeft een mooi beeld van het Nederlandse muziekleven door de eeuwen heen, maar de componisten volgen elkaar niet per se chronologisch op. Mijn doel was om diverse sonatines, nocturnes en variaties binnen een bepaalde periode zo te groeperen dat het ook voor mijn luisteraars prettig blijft om elke cd in z’n geheel te beluisteren. Zo kwam ik op het idee om vrij korte stukken te selecteren die zoveel mogelijk variatie kunnen bieden. Dus geen sonates van 30 minuten achter elkaar en geen aaneenschakeling van Allegro fanatico’s. Verder heb ik bekeken hoe vaak bepaalde stukken zijn opgenomen en of ik daar iets wezenlijks aan toe kan voegen. En ten slotte moest ik een stuk zelf ook leuk vinden.’

 Zitten er persoonlijke favorieten tussen deze 112 werken? ‘Jazeker, net als er stukken zijn die ik niet vaak meer zal draaien. (lacht) Met veel plezier speel ik Fuga van Johann Adam Reincken, een fantastisch stuk van wereldklasse, net als Serband con Variationi van Gisbert Steenwick. Ik houd van de muziek van Leander Schlegel, met zijn enorme verschroeiende passie. Van de twintigste-eeuwse componisten wil ik graag hier Schäfer, Orthel, Verhaar, Andriessen, Wagenaar en Schat noemen. En Willem Pijper, natuurlijk! Voor mij is hij een monument op zich.’

Voor al deze werken uit verschillende stijl- en tijdperiodes heeft u een moderne piano gekozen. ‘Ja, een principiële keuze. Een hedendaags instrument om alles met één maat te meten en eenduidig het geschrevene in diverse eeuwen met één en hetzelfde medium tot klinkende muziek om te zetten. Maar ik heb wel geprobeerd om in de geest en de tijd van de composities te blijven. Op de eerste cd speel ik bijvoorbeeld zonder pedaal en met zoveel mogelijk una corda.’

 U eindigt met ‘EnCor voor Cor Groot’ uit 2013. Komen er nog meer encores? ‘Absoluut! Ik blijf verder zoeken en wil nog tenminste twee cd’s opnemen. Er ligt nog zoveel interessante muziek in archieven, misschien zijn twee extra cd’s niet eens genoeg!’  ©Olga de Kort, 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: