Olga de Kort. Russische dirigent voor philharmonie zuidnederland: Interview met Dmitri Liss (Luister, 2015- 709)

D.LissOlga de Kort. Russische dirigent voor philharmonie zuidnederland: Interview met Dmitri Liss (gepubliceerd in Luister, 2015, nr.709, p. 93-95).

PDF: OdeKort-InterviewDmitriLiss-Luister-2015-nr.709

In januari 2015 dirigeerde hij voor de eerste keer philharmonie zuidnederland in een Sjostakovitsj-programma. Twee maanden later maakte het orkest bekend dat het in Dmitri Liss zijn eerste chef-dirigent heeft gevonden. Met deze 54-jarige Rus haalt philharmonie zuidnederland een bijzonder musicus in huis.

Tijdens zijn studietijd leerde Dmitri Liss de fijne kneepjes van het vak als assistent van zijn leraar Dmitri Kitajenko bij het Filharmonisch Orkest van Moskou. Inmiddels is Liss al jaren een veelgevraagd gastdirigent bij orkesten over de hele wereld. Hij is chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van de Oeral in Jekaterinenburg en bekend van zijn samenwerking met grootheden als Rostropovitsj, Kremer, Berezovsky en Basjkirov. Bevlogen, toegewijd en integer. Een dirigent met visie die zijn klassieken kent, maar ook open staat voor nieuwe uitdagingen en nieuwe indrukken.

     Nederlanders kennen u van uw concerten met het Radio Symfonie Orkest in Hilversum, het Residentie Orkest, het Noord Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest. Nu krijgt u een eigen Nederlands orkest onder uw hoede. Wat is uw eerste indruk van philharmonie zuidnederland? ‘De eerste indruk is heel positief. Ik ben altijd blij om musici te ontmoeten die geïnteresseerd zijn in de muziek die ze spelen. Voor mij is het belangrijk dat het orkest ‘levend’ is, emotioneel open en ontvankelijk, aandachtig en gemotiveerd. Tijdens mijn Sjostakovitsj-concerten had ik het idee dat musici het interessant vonden om met mij te werken en zij accepteerden mijn ideeën. Zonder een dergelijke verstandhouding en wederzijds vertrouwen is het moeilijk aan een vruchtbare toekomst te bouwen. Hoewel… als ik aan mijn eerste seizoen bij het orkest van de Oeral terugdenk, herinner ik me de gereserveerdheid ten opzichte van zo’n jonge dirigent als ik vanuit het orkest met geschiedenis en tradities. En wij zijn nu al twintig jaar samen!’

     Hoe belangrijk is een goed contact met musici voor u? ‘Dat is zeer zeker belangrijk. Natuurlijk kan een dirigent zich aan elke situatie aanpassen. Bij een gastoptreden kan het gebeuren dat je ineens ontdekt dat de neuzen wel heel erg verschillende kanten op kijken. Maar het concert moet wel plaats vinden, en het is aan de dirigent om een oplossing te vinden. Ik betwijfel of een dergelijke samenwerking tot een wederzijdse artistieke voldoening kan leiden. Het zal altijd een compromis blijven, hoewel het publiek het niet zal merken. Het kan dus gebeuren, maar persoonlijk ga ik er vanuit dat dirigent en orkest elkaars zenuwen moeten sparen.’

     Wat zijn uw plannen met philharmonie zuidnederland? ‘In één woord: werken! Ik ben geen voorstander van statements. Ieder land en elk orkest heeft zijn eigen kenmerken en spelregels. Als dirigent moet je begrijpen wat reëel en wat absoluut onmogelijk is. De vraag is hoe we samen de beste weg kunnen vinden om het orkest verder te ontwikkelen. Ik zal blij zijn als ik niet alleen muzikale ideeën kan inbrengen maar ook mijn ervaring met het werken met orkesten kan delen.’

     U bent zeer ervaren, maar hoe waren uw eerste stappen als dirigent? ‘Mijn eerste concert met een professioneel orkest was meteen een van de meest memorabele. Ik dirigeerde het op mijn twintigste, in het rokkostuum dat ik geleend had van Dmitri Kitajenko. Voor deze eerste ervaring heb ik slechts één omschrijving: het was een ware schok. Het echte werk begon pas na mijn afstuderen, met een nieuwgevormd orkest van de stad Kemerovo in Siberië. Ik was 23 jaar. Het was in alle opzichten een goede leerschool: hoe ga je om met musici die veel ouder en ervaren zijn dan jij? Hoe bouw je een repetitieproces? Hoe leer je in één nacht een nieuw orkestwerk? Hoe overleef je als het buiten – 43 C vriest? Uiteindelijk heb ik meer dan tien jaar met dit orkest gewerkt. In dezelfde periode begon ik in andere Siberische steden – Omsk en Novosibirsk – te dirigeren. Op mijn 35ste kwam er na de benoeming als chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van de Oeral veel meer verantwoordelijkheid bij kijken. Verder werkte ik in Rusland als resident conductor met het Russisch Nationaal Orkest en dirigeerde het Russich-Amerikaans Jeugd Symfonisch Orkest.’

‘Hoe ik was als beginnende dirigent? Een beetje naïef en vol energie; ik ging er helemaal voor. Ik vond het vanzelfsprekend om twee nachten per week in vliegtuigen door te brengen en ‘s ochtends meteen door te gaan naar de repetitie. Nu is er sprake van veel minder naïviteit, misschien iets minder energie maar veel meer kennis om dat beter te verdelen.’ (lacht)

     Hoe bereidt u zich voor op een nieuw programma? ‘Waarschijnlijk net zoals al mijn collega’s. Als ik een bekend orkestwerk voor de eerste keer dirigeer, probeer ik met een frisse blik naar een partituur te kijken en te vergeten wat ik ooit gehoord heb. Het lukt eerlijk gezegd niet altijd, daarom probeer ik te voorkomen dat ik een stuk dirigeer waar ik me niet vrij kan maken van beroemde interpretaties die ik al vanaf mijn kinderjaren ken. Het beste voorbeeld is de Vijfde Symfonie van Sjostakovitsj. De uitvoering van Evgeni Mravinsky hoor ik al op het moment dat ik het titelblad omsla. Werken die al vaker op mijn programma stonden, vragen om een speciale voorbereiding. Soms lijkt het alsof je een ideale eigen interpretatie hebt gevonden, maar daar schuilt juist het gevaar in om te ‘verstenen’ en de onbevangenheid tijdens het musiceren te verliezen. Ik probeer altijd een revisie van mijn interpretaties uit te voeren en zoek naar iets nieuws in bekende partituren, iets dat ik wellicht nog niet heb opgemerkt. Het is ook heel belangrijk om je open te stellen voor een dialoog met musici, zowel bij de repetities als tijdens het concert. De dirigent bepaalt de dramaturgie van de uitvoering, maar voor mij is de samenwerking met het orkest heel belangrijk. Natuurlijk laat ik hier even buiten beschouwing wat elke musicus verplicht ter voorbereidingen moet doen: kennismaking met de biografie van componist, de culturele omstandigheden en de literatuur, kunst en muziek uit de periode van het werk.’

     U hebt een omvangrijk repertoire. Welke orkestwerken ziet u graag op uw werktafel terug? ‘Dat verandert met de tijd. Je raakt verliefd op een compositie, dirigeert het veelvuldig en dan voel je dat het even moet rusten. Soms voor enkele jaren. Dergelijke ‘verliefdheden’ overkomen mij voortdurend. Maar ik ben altijd trouw gebleven aan de symfonieën van Rachmaninov, Sjostakovitsj en Tsjaikovski. Tot mijn favoriete werken behoren zowel L’Ascension van Messiaen als de Wals van Ravel en composities van Webern, Lutosławsky, Franck, Kancheli, Grieg, Mahler, Sibelius en Bartók. En de Weense klassieken natuurlijk niet te vergeten!’

     Zijn er nog steeds werken waarvan u dromt om ze in de toekomst te kunnen dirigeren? ‘Die zijn er zeker! Meestal heb ik het dan over composities met grote orkestbezetting zoals de Achtste Symfonie van Mahler of Amériques van Varèse. Sinds mijn jeugd droom ik van Janáčeks Simfonietta en een jaar werd deze droom werkelijkheid. En er zijn vast nog  ongeschreven meesterwerken die ik graag zou willen dirigeren. Of geschreven maar nog niet uitgevoerde composities.’

     Bent u een dirigent die altijd met een partituur in zijn handen loopt? Of heeft u ook andere, niet-muzikale hobby’s? ‘Een partituur in mijn handen zou nog niet zo erg zijn, het ‘vervelendste’ is dat die ook nog de hele tijd ook nog in mijn hoofd zit. Het is inderdaad heel moeilijk om tijd voor iets anders te vinden. In mijn jeugd was ik serieus met sport bezig, maar nu probeer ik door te zwemmen en skiën goed in vorm te blijven. Ik ben dol op windsurfen. Enkele jaren geleden ontdekte ik het zweefvliegen maar daar heb ik nu echt geen tijd voor. Die tijd komt nog misschien, ik geeft het niet meteen op.’

     U bent voortdurend onderweg. Heeft u nog tijd om rond te kijken en een idee van het land te vormen waar u dirigeert? ‘Tot mijn spijt zijn de meeste indrukken op tournees vrij oppervlakkig. Twee repetities per dag laten weinig ruimte voor bezienswaardigheden. En toch is het me gelukt om bijna alle grote kunstmusea te bezoeken, van het Louvre en Prado tot het Metropolitan. Ik kom graag terug in Spanje, Italië en Georgië. Eigenlijk ben ik niet alleen in museale collecties en architecturale meesterwerken geïnteresseerd maar ook in de taal, het dagelijks leven, de manier van communiceren en de keuken: ook dat is voor mij een belangrijk onderdeel van de cultuur.’

En Nederland? ‘Ik hoop dat ik de kans krijg om mij verder in de Nederlandse geschiedenis en cultuur te verdiepen. Voor mij is Nederland op dit moment vooral het land van Bosch, Rembrandt, Van Gogh, Sweelinck en Louis Andriessen. En van talloze Hollandse leenwoorden in het Russisch (met dank aan Peter de Grote). Het land van de fietsen, windmolens, vooraanstaande technologieën, opengetrokken gordijnen en de oranje kleur. En natuurlijk van de haring, die vergeet je niet snel!’ (lacht)  ©Olga de Kort, 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: