O.de Kort. Lotgevallen van Sergej Prokofjev (Luister, 2016, 714)

Sergei_Prokofiev_02Olga de Kort. Lotgevallen van Sergej Prokofjev (1891-1953) (gepubliceerd in Luister, 2016, nr.714 april, p. 54-57)

Van de bekende Russische componisten is Sergej Prokofjev misschien wel het minst bekend. Hoewel hij vaak in een rij met Sjostakovitsj en Stravinsky wordt genoemd, vormen ze samen geen muzikale drie-eenheid. Prokofjev viel graag uit de toon zolang zijn tonen maar boven alles uit gehoord zouden worden. Het liefst zou hij de regie over zijn leven altijd in eigen handen houden.

Bezorgd om zijn imago en fouten die toekomstige biografen ongetwijfeld zouden maken, heeft Sergej Prokofjev zijn leven zelf in detail beschreven in dagboeken, brieven en een autobiografie. Tenminste, het meest zonnige deel van zijn leven. De bitterheid van de laatste zeventien Sovjetjaren hield hij angstvallig voor zichzelf, niet gewend om te klagen. Hij wilde graag dat iedereen zich hem zou herinneren zoals hij in zijn jeugd was: tegendraads, eigenwijs en sarcastisch. Een onbuigzaam wereldveroveraar die in stilte leed onder de noodzaak om steeds vaker te moeten buigen.

Verovering van de wereld

Het gevoel dat het leven gaat zoals hij, Sergej Prokofjev, het wil, had hij al vroeg. Het kon niet anders of hij was voorbestemd om componist te worden. Hij begon met pianospelen op zijn vierde en twee jaar later moest zijn moeder een voorraad muziekpapier op de vleugel leggen om de eerste muziekstukjes van Serjozja te noteren. Opera’s, mazurka’s en marsen volgden elkaar op en dienden als gewaardeerde verjaardagscadeaus voor familie en vrienden. Aangemoedigd door zijn moeder, leerde de jongen zijn eigen mening over muziek te vormen en te verdedigen, een eigenschap die hem later hielp om zich tijdens verhitte discussies staande te houden.sergey-prokofiev_9-t

Op advies van Sergej Tanejev kreeg de negenjarige Prokofjev de theorielessen van Reinhold Glière. Voor zijn toelatingsexamen aan het Conservatorium van Sint-Petersburg nam de inmiddels dertienjarige Sergej twee zware mappen mee met een symfonie, twee sonates, vier opera’s en enkele pianostukken. Maar de conservatoriumstudie gaf weinig voldoening. De jonge componist verveelde zich tijdens de lessen van Rimski-Korsakov en Ljadov. Hij ergerde zich aan de academische opleiding en hield zich veel liever met zijn eigen projecten bezig. De ergernis was wederzijds. Prokofjevs componistendiploma vermeldde geen bijzondere prestaties, en het oordeel van zijn professoren was verre van gunstig. ‘Novator tot alleruiterste met een vrij eenzijdig ontwikkelde techniek’. Voor iemand anders zou dit vonnis het einde van alle dromen betekenen, maar Sergej was niet van plan om op te geven. Hij besloot zijn revanche als pianist en dirigent te nemen en studeerde als beste van zijn jaar af. Uit wraak 1918-Sergei_Prokofiev_04speelde hij op zijn eindexamen zijn eigen Eerste Pianoconcert (1912).

Enfant terrible

De rol van enfant terrible van de Russische muziek was Prokofjev op het lijf geschreven. Hij had geen boodschap aan tradities en gevestigde maatstaven, en provoceerde graag zijn collega’s en publiek. De première van het Tweede Pianoconcert in 1913 liep uit op een schandaal. De verontwaardigde luisteraars floten en schreeuwden terwijl Prokofjev onverstoord doorspeelde. De klanken die de zaal bereikten, leken verdacht veel op het ‘poetsen van de toetsen’ en het stemmen van een vleugel. De kranten schreven over het kattengejankconcert van een ‘pianokubist en futurist’.

Prokofjev las alle recensies met genoegen en noteerde de schandalen in zijn dagboeken. En dat waren er niet weinig. Scheldende muziekrecensenten en vloekende orkestmusici behoorden tot de vaste ingrediënten van zijn premières. Bij de Scythische Suite bijvoorbeeld meldde Prokofjev dat de woedende paukenist door zijn keteldrum sloeg, en een van de cellisten bleef maar klagen over de meest vreselijke akkoorden die de trombonisten hem in de oren bliezen. ‘Alleen omdat ik een zieke vrouw en drie kinderen heb, hou ik het in deze hel vol!’, riep hij gefrustreerd.

Zijn reputatie vloog de jonge componist vooruit en zorgde voor de belangstelling van Sergej Diaghilev. Hij zag het Tweede Pianoconcert wel zitten als balletmuziek, maar nog liever ontving hij nieuwe ‘Russische muziek’ voor een ballet over een nar. Prokofjev componeerde snel, met plezier en raakte niet ontmoedigd door teleurstellingen. Het bestelde ballet werd pas in 1921 uitgevoerd in Parijs. De opera De Speler ging in 1917 niet door in het Mariinskitheater omdat de zangers net voor aanvang van de repetities bang werden voor de moeilijke, ‘moderne’ partijen. De componist begon meteen aan de Klassieke symfonie om de draak met klassieke vormen te steken.

S.ProkofievMuziekrevolutionair

Lef, durf en een grote dosis zelfvertrouwen, deze levensfilosofie maakte van Prokofjev een van de meest populaire jonge componisten van zijn tijd. Ze maakte hem ook een doorn in de ogen van velen. Zelfingenomen, zelfverzekerd, onbescheiden. Prokofjev irriteerde door de overtuiging van zijn eigen gelijk en het opeisen van een plaats in de muziekgeschiedenis. Of  hij daar recht op had, daar twijfelde de jonge componist nooit ofte nimmer aan. Rusland werd hem al snel te klein en te conservatief, en hij zocht graag naar mogelijkheden om in Europa naam te maken.

In zijn jeugd was Prokofjev openlijk apolitiek en maakte nonchalante opmerkingen over de gebeurtenissen die hem in de weg zaten en zijn reizen belemmerden, zoals de Eerste Wereldoorlog. Het begin hiervan heeft hij, in zijn eigen woorden, ‘bijna gemist’ dankzij de artistieke verlokkingen van Londen. Hij kwam ‘absoluut toevallig’ net op tijd terug naar Sint-Petersburg. De Revolutie van 1917 beleefde de 26-jarige Sergej aan de zijde van zijn moeder in een Noord-Kaukasisch kuuroord. Hij besloot zijn geluk in Amerika te beproeven, aangezien het moederland voorlopig toch geen tijd voor – zijn – muziek leek te hebben. Niemand hield hem tegen. Als bekende ‘muziekrevolutionair’ kreeg de componist  toestemming van de commissaris voor cultuur, Anatoli Loenotsjarski. De Russische grenzen werden voortaan op een kier gehouden, in de hoop dat Sergej Prokofjev ooit zou besluiten om met ‘echte’ revolutionairen samen te werken.

Sergey ProkofievNieuwe muziek voor een nieuw land

De wens van Loenotsjarski kwam achttien jaar later uit. Samen met zijn vrouw Lina en twee zoons vestigde Prokofjev zich in 1936 definitief in Moskou. Hij was al vaker met concerten en ‘op werkbesprekingen’ geweest, voorzichtig met de gedachte spelend om als gevierde componist een nieuw bestaan in het ‘Boljsjevisia’ op te bouwen. Het muzikale leven in de VS en Europa voldeed niet aan zijn verwachtingen en de hoop om overal de eerste viool te kunnen spelen liet hij al bij zijn aankomst in New York in 1918 varen. Als pianist kon hij niet met Rachmaninov concurreren, en als componist wilde hij niet zijn plaats met Stravinsky delen. De jeugdige bravoure, zo kenmerkend voor Prokofjevs reacties op de aanvallen van Russische recensenten, maakte plaats voor verbitterdheid over het onbegrip van hun Amerikaanse vakbroeders. Hij vergeleek ze met een hondenmeute  die hem ‘aanviel vanuit de poort’ om vervolgens zijn ‘broek aan flarden’ te scheuren.

Na jaren van ‘beangstigende’ akkoorden, diatonische dissonanten, trillers en syncopen, begon zijn muziek te veranderen en werd melodischer en lyrischer. Prokofjev zocht naar ‘nieuwe intonaties’, en hoopte deze letterlijk en figuurlijk in Rusland te vinden. Het publiek dat wegliep met zijn opera Liefde voor drie sinaasappels, zou ook welwillend naar zijn nieuwe werken luisteren.

Zijn gedachten vonden onmiddellijk aansluiting bij Russische ambtenaren van cultuur. Na zijn eerste bezoek aan Leningrad in 1927, kwam de componist terug in 1929, 1932 en 1933. Voordat hij het wist, was Prokofjev verstrengeld in een net van staatsopdrachten voor films en balletten. Werk in overvloed, dat was precies wat Prokofjev zocht. En zelfs al zouden zijn nieuwe werken over de opbouw van het socialisme gaan, ze gaven hem nog steeds de mogelijkheid tot componeren. Hij vond dat de helden van deze nieuwe tijd en grote maatschappelijke hervormingen nieuwe, positieve, energieke, grootste en meeslepende muziek nodig hadden. Vol overgave schrijft de bekeerling Prokofjev cantates voor het 20ste jubileum van de revolutie op teksten van Marx, Lenin en Stalin of voor de 60ste verjaardag van Stalin. Hij neemt zelfs deel aan een concours voor het beste populaire liedje.Sjostakovitsj-Prokofjev-Chatsjatoerijan

Maar ook in Rusland is Prokofjev te laat voor een plaats op de eerste rij van gevierde componisten. De politieke koers is al aan het veranderen, ambtenaren vinden zijn thema’s te gedurfd, zijn muzikale taal te ingewikkeld. Partijkritiek blijkt veel gevaarlijker te zijn dan die van muziekcritici. ‘De slogan over innovatie en gedurfdheid is weinig overtuigend, omdat bij de geringste gedurfdheid aan je wordt getrokken. Rechters hebben een gevaarlijk standpunt: ik begrijp het niet meteen – dus het moet formalisme zijn’. Deze woorden van de componist in 1939 luidden zijn toekomstige ‘veroordelingen’ in. De muziek van het ballet Romeo en Julia werd aanvankelijk uitgeroepen tot ‘ondansbaar’.  De opera Oorlog en vrede beangstigde door epische thema’s, terwijl de opera Het verhaal over de ware mens werd verboden. Slechts enkele werken zoals Peter en de wolf, de cantate Aleksandr Nevski, zijn Vijfde symfonie of Zevende pianosonate konden op bijval rekenen.

Geestelijke strijdProkofiev S.

In 1948 stond Sergej Prokofjevs naam weer in de kranten, deze keer samen met Sjostakovitsj, Mjaskovski, Popov, Khatsjatoerjan en Sjebalin. Deze componisten werden door de communistische partij niet geschikt bevonden om muziek te schrijven die dit ‘grote land en grote volk’ waardig was. In plaats van nieuwe werken schreef de zieke Prokofjev brieven waarin hij zijn spijt betuigde en de partij bedankte voor de ‘duidelijke instructies’. Ze zouden hem ‘helpen in zijn zoektocht naar een begrijpelijke muzikale taal’. Zijn laatste composities schreef de ‘antidemocraat’ en ‘formalistisch verdorvene’ Prokofjev voor kinderradioprogramma’s.

Zelfs zijn overlijden kwam ongelegen. Wat een tragische ironie van het lot, om op dezelfde dag als Stalin te sterven. Het land rouwde om zijn leider, niet om componist Prokofjev. Op 5 maart 1953 was hij niemand. Slechts een klein groepje vrienden verkoos zijn begrafenis boven die andere.

Er is veel geschreven en gezegd over Dmitri Sjostakovitsj en zijn onmogelijke dilemma’s, maar de geestelijke strijd van Sergej Prokofjev was niet van minder formaat. De zonnige jaren van zijn muzikale carrière die hij lachend, in geruite broek en modieuze lakschoenen had beleefd, vormen een enorm contrast met de creatieve ontberingen uit zijn Sovjetleven. Hoe verliep deze evolutie van het enfant terrible van de Russische avant-gardemuziek tot de verbitterde Sovjet-componist? Hoe kon het gebeuren dat deze onafhankelijke geest met alle winden meewaaide en het zelfs niet aandurfde om zijn voormalige vrouw van het strafkamp te redden? En hoe is het mogelijk dat ondanks alle vernederingen, compromissen en muzikale gevangenschap van zijn Sovjetjaren, Prokofjev toch muziek schreef waarvoor hij zich niet hoefde te schamen. Want ondanks alle teleurstellingen heeft Prokofjev nooit zijn vertrouwen verloren in de grote rol die hij in de muziek speelde. Hij heeft altijd geloofd dat zijn tijd zou nog komen. ©Olga de Kort, 2016.

 

 

Trackbacks

  1. […] ook: Uitgelicht – Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival 2016; O. de Kort. Lotgevallen van Sergej Prokofjev (Luister, 2016, […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: