O. de Kort. Interview met Gia Kantsjeli en Dmitri Liss (De Klank, nr. 4, 2017)

Olga de Kort. Interview met Gia Kantsjeli en Dmitri Liss (gepubliceerd in De Klank, nr. 4, 2017)

Herinneringen aan de oever van de Styx

‘Zolang er muziek klinkt, is er hoop’. Deze woorden van Gia Kantsjeli, ooit uitgesproken naar aanleiding van de wereldpremière van zijn Styx in het Concertgebouw Amsterdam, vormen de rode draad in het leven van de inmiddels 81-jarige Georgische componist. Muziek ontwaakt in de nieuwe werkpartituren op zijn tafel, komt terug in de schilderijen aan de muren van zijn gastvrije huis in Antwerpen en klinkt in alle gesprekken, die onvermijdelijk over muziek en hoop gaan. Zoals dat van ons, waarbij Kantsjeli terugblikt naar het ontstaan van Styx. Het werk dat hij aanvankelijk als één grote uitdaging zag.

kancheli giaHet idee voor een nieuwe compositie voor het Festival Spirituele Muziek kwam vlak voor de eeuwwisseling vanuit de Nederlandse Stichting Gaudeamus. Gecomponeerd in opdracht van de Eduard van Beinum Stichting en opgedragen aan altviolist Yuri Bashmet, beleefde Styx zijn wereldpremière op 7 november 1999. Aan de uitvoering werkten het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest mee onder leiding van Tõnu Kaljuste. Anderhalve maand later dirigeerde de Georgische dirigent Jansug Kakhidze de eerste Russische uitvoering van Styx in Moskou.

Kantsjeli’s nieuwe werk voor koor, orkest en altviool sprak zodanig tot de verbeelding dat het zelfs tot ‘het koormeesterwerk van de 21ste eeuw’ werd omgedoopt. Dat valt ook te lezen op de cd-hoes van de door Deutsche Grammophon uitgebrachte opname door het orkest van het Mariinskitheater onder leiding van Valery Gergiev. Zowel deze benaming als mijn voorzichtige veronderstelling dat zijn oeuvre inmiddels wel tot de klassieke werken van onze tijd behoort, maken de componist aan het lachen. Volgens hem zijn dergelijke beweringen ten minste vijftig jaar te vroeg. Als hij over vijftig jaar nog steeds wordt gespeeld, dan hebben muziekcritici misschien gelijk. Maar om nu in termen van levend classicus of meesterwerk te praten, nee, dat zijn woorden die hij liever niet in de mond neemt.

Herinnering aan alles wat het leven mooi en waardig maakt

Achttien jaar na de première is Styx voor Kantsjeli nog steeds een dierbaar werk. En dat terwijl de opdracht hem aanvankelijk zoveel hoofdbrekens heeft bezorgd. Hij zag zichzelf niet bepaald als koorcomponist, en een koor was juist een van de vereisten van Kantsjeli’s opdrachtgevers. ‘Ik was niet zo gecharmeerd van het idee van een koorwerk. Ook het voorzichtige stuwen van de Nederlanders in de richting van een requiem maakte me niet meteen enthousiast. Mijn muziek klinkt in zijn geheel al als een requiem, waarom moet ik er dan nog één bij maken? Bovendien vraagt een requiem om een tekst. De canonieke Latijnse variant was voor mij geen uitkomst, want deze heeft al zijn vaste vorm. Alles wat van tevoren bepaald is, staat een componist in de weg en vormt ketenen aan zijn creatieve proces.’

Vol twijfel deelde Kantsjeli zijn bedenkingen met zijn vriend, de violist Gidon Kremer. Deze was wel te spreken over het idee van een requiem en stelde Styx als titel voor. Ineens had de componist een houvast en een beeld dat hem ondanks zijn eerdere twijfels meteen beviel. ‘Dat idee van de ondergrondse rivier die de grens vormt tussen het rijk van de levenden en doden, was een mooie vondst van Kremer. Zelf heb ik eigenlijk niet zoveel behoefte aan een programma bij een stuk, maar ik kan me wel voorstellen dat de luisteraars een sprekende titel nodig hebben om enkele associaties bij de muziek te hebben.’

Tijdens zijn werk aan de enscenering van Shakespeares Coriolanus in Griekenland, begon Kantsjeli de mooiste en de meest welluidende Georgische woorden op te schrijven. ‘Tussen de eerste tachtig zaten de woorden mama, papa, opa, oma, zonsopgang en zonsondergang, goed weer en schone hemel. Allemaal woorden die ook heel zangerig zijn. Later voegde ik de namen van de kloosters Alaverdi en Betania eraan toe, en de kathedralen Gremi en Sioni. Zo ontstonden diverse inhoudelijke blokken met kerknamen en historische plaatsen in Georgië, met titels van volks- en geestelijke liederen, benamingen van familierelaties en natuurverschijnselen, en namen van mijn overleden vrienden. In Styx komen ook verzen voor uit gebeden aan God en Maria, uit een gedicht van Galaktion Tabidze en enkele losse woorden zoals ‘de klokken luiden’ of ‘een eenzame ziel’. Ook losse lettergrepen en zelfs aparte letters kwamen hier goed van pas.’

Aan het eind van Styx koos Kantsjeli voor een tekst uit The Winter’s Tale die bij Shakespeare door de allegorische personage de Tijd uitgesproken wordt.  ‘Alle woorden en de afsluitende tekst zijn even belangrijk. Ze vullen elkaar aan, zoals woorden met eeuwigheidswaarde mijn persoonlijke herinneringen aan mijn naasten aanvullen. Met mijn familieleden en vrienden die er niet meer zijn, maar met wie de geestelijke verbondenheid nog sterker wordt.’

Naast het orkest en koor speelt ook de altviool een belangrijke rol in Styx. Vanaf het begin had Kantsjeli slechts één altviolist in gedachten: Yuri Bashmet. ‘De altviool vormt het krachtcentrum van het werk, zijn dramaturgische staf. Het timbre van de altviool en de intonaties van dit instrument verenigen niet alleen de twee werelden onder en boven de aarde. Ze trekken ook twee klankwerelden naar elkaar, die van het koor en van het orkest. Het vocale karakter van de altvioolklank en zijn specifieke cantileneintonaties herinneren aan improvisaties van volkszangers en slaan een brug tussen koor- en orkestklank. De altviool in Styx is de stem van troost, vrede en harmonie.’

D.LissMuziek zonder pathos

Dirigent Dmitri Liss hoeft geen vijftig jaar te wachten om over de composities van Gia Kantsjeli te oordelen. Voor hem behoort de vermaarde Georgiër met zekerheid tot een van de belangrijkste hedendaagse componisten. Beide musici kennen elkaar al meer dan twintig jaar en zijn goed bevriend. In 1996 was Liss de initiatiefnemer van Kantsjeli’s eerste muziekfestival in Jekaterinenburg. Ook Styx stond al eerder op zijn lessenaar en werd een van zijn favorieten. ‘Ik ben blij dat ik Gia Kantsjeli ken en ik ben trots op onze samenwerking. Ik heb Styx twee keer met zijn eerste solist Yuri Bashmet uitgevoerd, en kijk nu uit naar de ontmoeting met Maxim Rysanov die ik van enkele festivals ken. Kantsjeli is zeer te spreken over zijn spel, en dat is de beste aanbeveling die er is.’

De tragische ondertoon van Styx vergelijkt de dirigent met het leven zelf, dat altijd naar zijn onontkoombare einde loopt: ‘Ons leven heeft een eind, het is zonder meer tragisch, maar de vraag is natuurlijk hoe je ermee om leert gaan. En niet alleen in de muziek. Styx is een requiem met een retrospectieve blik op het leven, waarin persoonlijke herinneringen aan familieleden en vrienden die zijn heengegaan, vervlochten zijn met herinneringen aan het leven zelf. Deze blik is van een wijze man, een warme persoonlijkheid, die zonder enige pathos over de belangrijkste dingen des levens weet te vertellen. En dat alles op de subtiele en niet opdringerige manier die Kantsjeli eigen is.’

Tussen de namen die in Styx genoemd worden, zijn ook bekenden van Liss, zoals de Armeense componist Avet Terteryan. ‘Hij overleed een dag voor de opening van zijn muziekfestival in Jekaterinenburg. In plaats van een componistenportret werd het een in memoriam-festival. Dat was op dezelfde dag dat ik naar Jekaterinenburg kwam om mijn contract met het Oeral Filharmonisch Orkest te tekenen. Ik heb later met het orkest veel van zijn werken gedirigeerd en ook zijn symfonie opgenomen.’

De muziek van Styx ligt Dmitri Liss na aan het hart. ‘In deze muziek hoor je Kantsjeli’s liefde voor het leven, voor zijn taal en voor alles wat aards is. Ze vindt weerklank bij mij door haar meditatieve aard, door de passie en de afwezigheid van elke vorm van pathos. Hij heeft als componist zijn stijl gevonden. Elke ontmoeting met hem en zijn muziek is een indrukwekkende gebeurtenis die voor altijd in herinnering blijft.’ ©Olga de Kort, 2017.

philharmonie zuidnederland ⇒ 31 maart, 20.00 uur / Theater aan het Vrijthof, Maastricht. 1 april, 20.15 / Muziekgebouw Eindhoven.  ⇒ Muziek vol liefde en dood: dirigent Dmitri Liss, altviool Maxim Rysanov, koor Studium Chorale, sopraan Mette Rooseboom, mezzosopraan Maria de Moel. ⇒ Wagner Uit Tristan und Isolde: Prelude en Liebestod, Tsjaikovski Francesca da Rimini, Kantsjeli Styx voor altviool, koor en orkest.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: