O. de Kort. Igor Stravinsky en Nikolaj Rimski-Korsakov. Het Begrafenislied

Olga de Kort. Igor Stravinsky en Nikolaj Rimski-Korsakov: ter ere en ter nagedachtenis van de leraar (gepubliceerd in MUZE/Pianowereld, nr. 1, 2017)

Een jaar geleden raakten de kranten niet uitgepraat over de vondst van orkestpartijen van een lang verloren gewaande compositie van Igor Stravinsky. Zou het mogelijk zijn om dit werk alsnog te kunnen reconstrueren en uitvoeren? Op 2 december jl., in een stampvol Mariinskitheater, dirigeerde Valery Gergiev de wereldpremière van dit onbekende opus 5 van de toen nog 27-jarige componist. Het was het Begrafenislied, opgedragen aan de in 1908 gestorven Nikolaj Rimski-Korsakov, Stravinsky’s dierbare leraar, gewaardeerde mentor en onvolprezen raadgever.

Igor_StravinskyZes jaar daarvoor, in de zomer van 1902, klopte Igor Stravinsky bij Rimski-Korsakovs vakantiehuis in Heidelberg aan. Hij speelde al jaren met het idee om toelatingsexamen voor het Conservatorium in St. Petersburg te doen en had dringend advies nodig van iemand op wiens oordeel hij kon vertrouwen. Tot nu toe nam niemand hem serieus. Zijn vader Fjodor Stravinsky (1843-1902), zelf een operazanger, verplichtte Igor rechten te studeren aan de Universiteit van St.Petersburg. Rimski-Korsakovs voormalige leerling Aleksandr Glazoenov had in een slechte bui de door Igor eerbiedig aangeboden transcriptie van Glazoenovs eigen strijkkwartet ‘onmuzikaal’ verklaard. Maar ook Rimski-Korsakov zag niet veel in de pianostukjes die de ambitieuze jongen hem voorspeelde en raadde hem af om naar het Conservatorium te gaan. Wel adviseerde hij de terneergeslagen studievriend van zijn zoon Vladimir om zich verder in harmonie en contrapunt te verdiepen en was bereid om hem ten allen tijde met raad bij te staan.

De eerste lessen

Een jaar later verscheen de beginnende componist weer op zijn stoep, deze keer met een pianosonate in zijn handen. Wat hij echter nodig had, waren lessen in vormleer, en deze kreeg hij gedurende twee weken. Aan het eind van de stoomcursus slaagde hij erin om het openingsdeel van een vormgetrouwe sonatine te componeren. Rimski-Korsakov, die ooit zelf als componist-autodidact met dezelfde vragen en een gebrek aan theoriekennis worstelde, wist precies hoe hij de lacunes in Stravinsky’s muzikale onderricht kon dichten en bood de juiste begeleiding aan waar zijn eigenwijze leerling zo naar verlangde. Hij strooide nooit met complimenten, controleerde nauwkeurig elke noot en elke harmonie, sprak zonder doekjes hieromheen te winden zijn verdict uit over orkestraties, maar tegelijkertijd drong hij zijn mening nooit op. Om de jonge componisten in spe de kans te geven hun werken in het echt te laten horen, moedigde hij ze aan om op zijn wekelijkse muziekavonden te spelen en organiseerde zelfs privé-uitvoeringen met orkest.

Ook de Sonate in fis, die Stravinsky ooit vertwijfeld aan Rimski-Korsakov liet zien, werd twee jaar later uiteindelijk op een dergelijke muzieksoiree door de pianist Nikolaj Richter uitgevoerd. Na deze try-out in de vertrouwde omgeving van zijn leraars muziekkamer, werd de Sonate ten doop gehouden op een muziekavond van de Hedendaagse Muziekkring. De partituur, opgedragen aan zijn eerste vertolker, werd lange tijd als verloren beschouwd, en kwam bijna vijftig jaar later bij de St. Petersburgse Openbare Staatsbibliotheek terecht. Niemand nam echter de moeite om Stravinsky op de hoogte van de vondst te stellen. Tot het eind van zijn leven was hij in de veronderstelling dat zijn jeugdwerk ‘gelukkig verloren’ was.

Dierbare leraar 220px-Rimski-Korsakov by Serow_004

Na drie jaar theorie- en compositielessen was Stravinsky al veel zekerder van zijn kunnen, maar hij bleef al zijn nieuwe werken eerst aan Rimski-Korsakov voorleggen. Na de dood van zijn vader in 1902, hechtte hij zich met heel zijn hart aan de componist. Hij raakte goed bevriend met zijn zonen Andrej en Vladimir, die beiden getuigen waren op zijn bruiloft met Ekaterina Nossenko in 1906. Rimski-Korsakov zelf nam de rol van Stravinsky’s overleden vader op zich op en stond het bruidspaar op de drempel van hun woning met een zegeningsicoon op te wachten.

Voor de zestigste verjaardag van zijn leraar componeerde Stravinsky bij wijze van verrassing een feestelijke Cantate voor gemengd koor en piano. De enige uitvoering vond plaats in het huis van Rimski-Korsakov, op zijn verjaardagfeestje van 18 maart 1904. Het gelegenheidskoor werd gevormd uit de kinderen van Nikolaj Aleksandrovitsj, Sofia, Nadezjda en Vladimir, aangevuld met de leerlingen Aleksandr Ossovski en Stepan Mitoesov en huisvriend, filosoof Ivan Lapsjin. De partituur is nooit gepubliceerd en ging tijdens de Revolutie van 1917 verloren.

Op 18 maart 1906 droeg Stravinsky weer een steentje bij de muzikale omsluiting van Nikolaj Aleksandrovitsj’ verjaardagsviering. Zijn lied Dirigent en Vogelspin op een sarcastische tekst van Kosma Proetkov was ook deze keer slechts eenmalig uitgevoerd in de woonkamer van Rimski-Korsakov. Ook deze partituur is spoorloos verdwenen.

Het eerste werk dat Stravinsky goed genoeg achtte om zijn opus 1 te worden, was de aan zijn ‘dierbare leraar N. A. Rimski-Korsakov’ opgedragen Symfonie in Es (1905-07). Hij was er zo trots op dat hij de handgeschreven partituur aan de componist cadeau gaf. Die kende de muziek inmiddels net zo goed als Stravinsky zelf want geen enkele noot werd op papier gezet zonder Rimski-Korsakovs goedkeuring. Blad na blad controleerde hij alle vier delen, inclusief de orkestratie. In 1914 bewerkte Stravinsky zijn jeugdcompositie omdat hij hem inmiddels te stijf en te schools vond. Maar ook in dit nieuwe jasje herinnert de Symfonie aan de coryfeeën uit zijn studietijd: Tsjaikovski, Wagner, Glazoenov en Rimski-Korsakov.

Dezelfde Tsjaikovski en Wagner klonken door in de liedcyclus Faun en Herderinnetje opus 2 op gedichten van Aleksandr Poesjkin, hoewel de bijzonder alerte, op alle avant-gardistische virussen bedachte Rimski-Korsakov in het eerste lied Het Herderinnetje ook ‘verdachte Debussyachtige hele toonreeksen’ ontdekte. Hij was voorzichtig wat betreft modernistische invloeden, maar stond ook niet bepaald te juichen toen hij te veel van zichzelf in het vierde deel van Stravinsky’s Symfonie in Es herkende.

Veel milder was zijn oordeel over de Pastorale: een vocalise met pianobegeleiding die Stravinsky in 1907 voor Rimski-Korsakovs vrouw Nadezjda componeerde. En al helemaal lovend was de 64-jarige componist over Scherzo Fantastique opus 3, dat hij vlak voor zijn dood ter beoordeling kreeg. Zijn steeds meer vertrouwen in zichzelf krijgende pupil was inmiddels al met een nieuw orkestwerk bezig: Vuurwerk opus 4 voor de bruiloft van de jonge Nadezjda Rimski-Korsakov met componist Maximilian Steinberg. Het opgestuurde pakket met de partituur kwam echter ongeopend terug: Nikolaj Rimski-Korsakov, die al geruime tijd aan zware astma-aanvallen leed, overleed op 21 juni 1908.

De dood van zijn leraar was een hard te verwerken klap voor Stravinsky. Hij verloor niet alleen een mentor maar ook een vriend en een persoonlijk voorbeeld. De componist werd begraven op 23 juni 1908 naast de vader van Stravinsky. In Kroniek van mijn leven schreef Igor dat hij zich deze dag voor altijd zou blijven herinneren. Bij het zien van zijn opgebaarde leraar, kon hij zijn tranen niet inhouden en barstte in huilen uit. De reactie van de weduwe was ronduit vreemd en ongevoelig: ‘ Waarom zo ongelukkig?, vroeg ze. – We hebben nog steeds Glazoenov’. Volgens Stravinsky, was het ‘de wreedste opmerking’ die hij ooit had gehoord. Het was het begin van het einde van zijn relatie met de Rimski-Korsakovs.  De vriendschap bekoelde snel, en behoorde helemaal tot het verleden na de vijandige recensie van Andrej Rimski-Korsakov over Petroesjka, die hij een mengeling van ‘Russische vodka’ met ‘Franse parfums’ noemde.

Hommage aan de meesterfuneralsong_BooseyHawkesWebsite

Zijn bewondering en diepe genegenheid voor Nikolaj Rimski-Korsakov vatte Igor Stravinsky samen in het Begrafenislied. Het indrukwekkende, elf minuut durende treurlied van 106 maten in Largo assai was bedoeld voor een groot orkest met niet minder dan drievoudige bezetting. Hoewel hij later in Kroniek van mijn leven bekende dat hij niet meer wist hoe zijn verloren compositie klonk, stond het idee hem nog goed voor het geest. Vanaf het begin dacht Stravinsky aan een plechtige processie ‘langs het graf van de meester’, waarbij ‘elk solo orkestinstrument een eigen melodie aanbood op de achtergrond van het mijmerende tremolo, dat de vibratie van de bassen in het koor imiteerde’. Volgens Stravinsky was deze hommage het beste wat hij vóór de Vuurvogel schreef, en in ieder geval zijn ‘meest vooruitstrevende compositie wat chromatische harmonie betreft’.

Hij hoopte dat het Lied op een van de concerten ter nagedachtenis van Rimski-Korsakov zou mogen klinken. Op 30 januari 1909 werd het uitgevoerd onder leiding van Felix Blumenfeld. Na dit concert werden de partijen ingepakt en tussen de andere orkestpartituren in een doos geschoven.  In de chaos van de Revolutie van 1917 keek er niemand meer naar de dozen vol handgeschreven papieren om. Van de ene kelder naar de andere, van de ene kast naar een andere kist: gedurende 106 jaar was er niemand meer die wist wat in al die broze oude mappen lag opgeborgen. Totdat in het voorjaar 2015 het besluit werd genomen om alle in de weg staande onbelangrijke dozen te vernietigen. Het Rimski-Korsakov Conservatorium in St.Petersburg zat in een verbouwing, en de Partituren Bibliotheek moest ingepakt worden, dus er moesten lang uitgestelde keuzes gemaakt worden. Dat was het moment waarop de 58 handgeschreven orkestpartijen van het Begrafenislied tevoorschijn kwamen. Een oplettende oog van een muziekbibliothecaris, een snelle blik van een kenner en een vergadering van een expertgroep van het Conservatorium onder leiding van Nathalia Braginskaya. Meer was er niet nodig om de compositie die in alle catalogi als ‘ongepubliceerd, verloren’ te boek stond, uit de vergetelheid te rukken en zorgvuldig te reconstrueren.

Nog in het voorbereidende stadium werd het Lied als de ontdekking van de eeuw, de ontbrekende schakel in de ontwikkeling van Stravinsky en een geslaagde meesterproef gezien. Het enthousiasme van Stravinsky-specialisten is begrijpelijk, want het Lied uit 1908 is een voorbode van de Stravinsky die wij van zijn latere werken kennen. Ademloos zat het publiek in het Mariinskitheater naar deze plechtige en sombere hommage van de zijn vleugels uitslaande leerling aan zijn gelauwerde leraar te luisteren. Geprogrammeerd tussen Rimski-Korsakovs suite uit de opera De Legende van de onzichtbare stad Kitezj en de maagd Fevronia en Stravinsky’s eigen Vuurvogel-suite, klonk het Lied als een verrassend herkenbare en veel duidelijk makende compositie, waarvan de opborrelende ideeën pas in de toekomst volledig op hun plaats zouden komen.

Het concert, dat werd bijgewoond door de nazaten van de componist, onder wie zijn achterkleindochter en voorzitter van het Fondation Igor Stravinsky Marie Stravinsky, was wereldwijd live te volgen op de klassieke tv-zenders Mezzo, Mezzo live HD, Medici en Mariinski’s eigen muziekzender. Met deze ‘nieuwe’ Stravinsky opende Rusland tevens het jubileumjaar van de componist.  De hommage aan Rimski-Korsakov zal in Stravinsky’s 135ste geboortejaar overal ter wereld klinken, onder anderen in Londen, Seoul, Madrid, Parijs, Tokyo, Berlijn en Chicago. De Nederlandse première is gepland op 18 februari a.s. in het Concertgebouw Amsterdam. Het Radio Filharmonisch Orkest zal het Begrafenislied onder leiding van Markus Stenz in de NTR ZaterdagMatinee serie presenteren. ©Olga de Kort, 2017.

 

  1. Alle Stravinsky’s citaten komen uit Kroniek van mijn leven (Chroniques de ma vie. Paris, 1935, 2de ed. 1962)
  2. Volgens de oude Russische kalender, die in gebruik werd voor de Revolutie van 1917, was Nikolaj Rimski-Korsakov geboren op 6 maart 1844 en overleed op 8 juni 1908.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: