Olga de Kort. Interview met Arcadi Volodos (Pianist, 2017, nr.2)

Olga de Kort. Interview met Arcadi Volodos: “Ik speel alleen muziek die mij dierbaar is” (gepubliceerd in Pianist, 2017, nr.2 april)

Brahms’ muziek moet je niet proberen in woorden te vangen, daar is de Russische pianist Arkadi Volodos overtuigd van. Je moet haar kunnen voelen. En dat is precies wat hij doet op zijn nieuwe cd ‘Volodos plays Brahms’. arcadi-volodos-1In april verschijnt een nieuwe cd van Arkadi Volodos die deze keer gewijd is aan Johannes Brahms.  De pianomuziek van deze componist ligt hem na aan het hart en klinkt geregeld in zijn concerten. Dat weerhield de Russische pianist er niet van om eerst de tijd te nemen om zijn gedachten over Brahms’ muziek te laten rijpen. Het resultaat is te horen op de cd met de vier van de 8 Klavierstücke opus 76, 3 Intermezzi opus 117 en 6 Klavierstücke opus 118.

U heeft inmiddels opnamen met Rachmaninov, Schubert, Tsjaikovski, Liszt en Mompou op uw naam staan. Brahms behoort al lang tot uw repertoire, maar de cd met zijn muziek liet op zich wachten. Waarom stelde u deze opname tot nu toe uit? ‘Ik speel Brahms inderdaad al jaren, maar vond de tijd nog niet rijp om hem vast te leggen. Ik ben niet iemand die heel snel aan een opname denkt. Elke cd is een proces, waarbij ik niet over één nacht ijs ga. Ik wil niet zo maar gaan zitten en iets instuderen, om vervolgens meteen naar een studio te rennen. Eerst moet ik alle stukken door en door kennen, ze vaak en veel kunnen spelen en het gevoel krijgen dat ze een deel van mij uitmaken. Pas als je helemaal met een stuk  vergroeid bent, dan kun je over een evolutieproces praten. Het kan soms wel jaren duren voordat ik aan een nieuwe  cd begin te denken.’

Wat was uw uitgangspunt bij de keuze van de composities toen u eenmaal besloot dat het Brahms werd? ‘De keuze stond in het begin niet vast en veranderde naarmate ik steeds meer aan Brahms’ muziek dacht. De Drei Intermezzi opus 117 worden vaak de meesterwerken van de 59-jarige Brahms genoemd. Naar mijn mening, en ik ben niet de enige die hier zo over denkt, vormen ze het hoogtepunt van Brahms’ piano-oeuvre. Hij noemde ze zelf ‘wiegenliederen’ van zijn ‘lijden’. Aanvankelijk wilde ik ook uitsluitend  werken uit zijn latere periode opnemen, maar de vroegere muziek, zoals de eerste twee Capriccio’s en twee Intermezzi uit de 8 Klavierstücke opus 76, is wel heel erg geschikt om Brahms’ ontwikkeling als componist te laten zien. Dat is uiteindelijk het idee achter mijn cd geworden. Ik onderzoek hier waar hij ooit mee begon, hoe hij zich in de laatste jaren heeft ontwikkeld en waar hij op uit is gekomen. Ik meende met deze selectie de transformatie van zijn muziekstijl en zijn componeerschrijfwijze duidelijk te maken.’cover_volodos_plays_brahmsHebben deze late Intermezzi van Brahms ook voor u een bepaalde betekenis? ‘Alles wat ik van Brahms speel, is mij even dierbaar. Wel zijn de vroegere Intermezzi onder invloed van Schumann gecomponeerd, en dat maakt ze heel anders dan de latere stukken. Deze overtreffen qua diepte alles wat hij daarvoor op het muziekpapier zette. Ze zijn uniek, met een andere kijk op het leven, als ik het zo kan formuleren. Ze voegen iets eigens aan je levensbeleving toe.  Als je over de late Brahms praat, kun je het niet meer in muzikale termen doen. Je hebt het dan over de klinkende eeuwigheid, het klinkende licht en de klinkende nostalgie. Het is een ander belevingsniveau. Deze muziek verklankt iets over het leven en de dood  wat we niet kunnen zien, buiten de grenzen van de menselijke begrippen. Zijn muziek is daarom zo moeilijk in woorden te vertalen en uit te leggen. Je moet het voelen. En als het je lukt, is het een wonder – op metafysisch niveau dan.’

Naast de Intermezzi koos u ook voor de Capriccio’s, een Ballade en een Romance. ‘Ik overwoog eerst om alleen de opussen 117 en 119 naast elkaar te zetten, maar kwam toch wel uit op de 6 Klavierstücke opus 118. Ze maken het beeld vrij compleet.’

Staat Brahms dicht bij uw muziek- en levensbeleving? ‘Absoluut. Ik speel per definitie alleen muziek die mij dierbaar is. Het leven is veel te kort om het aan dingen te verspillen die je niet zo leuk vindt. Ik wil in de tijd die ik nog heb muziek spelen die voor mij iets betekent en waar ik van houd.’

U begon vrij laat met een professionele pianostudie, althans volgens Russische begrippen. ‘Ja, dat was pas op mijn zestiende, maar daarvoor zat ik al op het muziekcollege dat koordirigenten opleidde. Vanaf mijn achtste had ik zoals alle toekomstige instrumentalisten en dirigenten pianoles als tweede vak, het zogeheten ‘algemene piano’. Thuis klonk sowieso altijd muziek, want mijn ouders zijn allebei zangers. Ik vind dat het een goede vormingsbasis geeft en laat mijn dochter van drie nu ook veel naar diverse muziek luisteren.’

Wat gaf toen de definitieve doorslag om toch  voor de piano te kiezen? ‘Ik denk dat ik er langzamerhand naartoe groeide. Op school had ik veel vrienden die ook van de  piano hielden, en thuis luisterde ik vaak naar de opnamen van Rachmaninov. Niemand duwde me richting de piano, het ging op een natuurlijke manier.’

U heeft inmiddels diverse pianostudies achter de rug: een muziekcollege bij het Conservatorium van Moskou, het Parijse Conservatorium en de Escuela Superior de Música Reina Sofia in Madrid. Hoe heeft deze diversiteit aan pianoscholen u geholpen om uw eigen weg te vinden? ‘Ik denk dat je niet alleen door de opleidingen wordt gevormd, maar veel meer door persoonlijkheden die je ontmoet. Ik had gelukkig veel interessante ontmoetingen met musici over de hele wereld die mijn kijk op muziek verruimden. Dat geldt vooral voor mijn docente Galina Egiazarova. Toen ik was overgestapt op de professionele piano-opleiding, had ik nog niet het niveau dat je van pianisten kan verwachten die vanaf hun vijfde of zesde spelen. Het was voor mij in het begin niet echt gemakkelijk, ook omdat ik toen weinig zelfvertrouwen had.’

Die tijd is, neem ik aan, al lang voorbij? ‘Ja, dat kun je wel zeggen. Het is heel vreemd, maar als je pas begint te spelen, word je van alle kanten en door iedereen beoordeeld en moet je kritische opmerkingen incasseren. Later krijg je met veel meer respect en erkenning voor je werk te maken. Maar als je ouder en wijzer bent, telt het al niet zo zwaar als vroeger. Jonge musici, en niet alleen maar musici, alle jonge mensen in het algemeen, hebben de steun en mening van critici veel harder nodig. Het is een paradox, vind je niet, want in het leven is het juist omgekeerd.’ ©Olga de Kort, 2017.

21 mei 2017, 20.15 uur / Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam: Pianorecital van Arcadi Volodos met Schumann, Brahms en Schubert (serie Meesterpianisten).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: