Olga de Kort. Interview met Lucas Debargue (Pianist, 2017, nr. 2)

Olga de Kort. Interview met Lucas Debargue: ‘Muziek is een krachtig communicatiemiddel’ (gepubliceerd in Pianist, 2017, nr. 2)

Een jonge pianist met uitgesproken ideeën over muziek en het pianospelen,  – dat is Lucas Debargue, de 24-jarige Fransman die in mei zijn debuut in het Concertgebouw maakt. Samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Andrey Boreyko speelt hij het Vierde Pianoconcert van Rachmaninov.

L.Debargue

Je hebt pianisten die keurig alle professionele etappen doorlopen om hun naam te vestigen, en je hebt gedurfde geesten die als komeet de drukbewoonde pianowereld binnenvliegen om meteen van zich te laten spreken. Tijdens het laatste Tsjaikovski Pianoconcours in de zomer van 2015 hield niemand rekening met een nieuweling zonder klinkende pianowapenfeiten in zijn CV. Lucas Debargue werd wellicht geen eerste prijswinnaar, maar zijn vierde plaats en de prijs van muziekcritici gaf enorme boost aan zijn muzikale carrière. Het woord carrière komt trouwens niet in Debargues vocabulaire. Muziek maken is zijn innerlijke behoefte en de manier om te communiceren. En dat maakt het een kwestie van levenshouding en niet van carrière opbouwen.

Je begon op jouw tiende met pianoles, stopte vijf jaar later, en besloot pas over drie jaar opnieuw les te nemen. Je moet toegeven dat je de meest ontraditionele papieren hebt voor een pianist die door velen als de ‘echte winnaar’ van het Tsjaikovski Concours wordt gezien. Wat maakte piano voor jou zo bijzonder dat je besloot om pianoles te nemen? Ik ben inderdaad niet de meest typische finalist van het Tsjaikovski Concours. Toen ik begon, was ik trouwens niet echt geïnteresseerd in piano als instrument, ik wilde graag klassieke muziek ontdekken. De piano leek me het meest geschikte middel, aangezien het al bij de eerste aanraking meespeelt. Je zet je handen op de toetsen en voilà, je hoort de klank. Het is anders dan bij cello of viool.

Waarom juist klassieke muziek? Vanwege de dynamiek. In pop- of rockmuziek vind je  beslist veel mooie dingen, maar de muziek heeft minder variatie, intensiteit en minder gevoelens in vergelijking met, bijvoorbeeld, een symfonie van Mahler. Dat maakte de klassieke muziek zo fascinerend voor mij: de onbeperkte mogelijkheden van klank en dynamiek. In deze muziek kon ik me wel uitdrukken, daar voelde ik me thuis. Het was mijn eerste contact met iets buiten mijzelf dat me zo aansprak. Als ik mijn vrienden of mensen op straat hoorde praten, voelde ik me niet zo betrokken als bij een stuk van Mozart. Toen ik thuis enkele cd’s met Bach en Mozart vond, was dat een schok voor mij. Ik voelde me met deze muziek instinctief verbonden en besloot pianoles te nemen.

Het was een bewust besluit, en toch stopte je vijf jaar later? Ik begon omdat ik behoefte had om klanken die in mijn leefden in de muziek terug te vinden. Ik hoorde muziek in mij, voelde die en moest ermee communiceren. Ik stopte omdat ik niemand meer had om erover te praten. Op de plaatselijke muziekschool konden ze me niets meer leren, en ik moest plaatsmaken voor nieuwe aanwas. Zo ben ik mijn eerste  docent kwijtgeraakt.

Waarom heb je geen andere docent gezocht? Dat heb ik wel geprobeerd, maar het klikte niet. De relatie tussen een docent en leerling vind ik heel belangrijk. Mijn eerste docente, Christine Muenier, was een fantastische persoonlijkheid, en wat ook belangrijk is, ze liet me mijn gang gaan. Ik was geen typische leerling die braaf aan piano-oefeningen deed, ik speelde wat ik wilde. Zij respecteerde mijn keuzes. Ze dacht dat ik talent had, iets wat echt en zeldzaam was, en liet me gaan om mijzelf uit te vinden.

Maar je stopte toch niet helemaal? Je speelde nog wel voor jezelf? Nee, niet meer dan een kwartier per maand. Ik begon als bassist in rockband te spelen en vertrok op mijn zeventiende met mijn vriendin naar Parijs. Een normaal leven, zoals vele jongeren dat hebben, zonder muziek. Mijn love story was het enige wat op dat moment telde. Toen de relatie sneuvelde, viel ik in een diep zwart gat. Ik werkte bij een supermarkt, zag af en toe mijn vrienden, maar deed verder helemaal niets. Pas na een jaar werd ik weer wakker. Ik ontmoette mensen die in mij geloofden. Ze oefenden wel enorme druk op me uit om mij weer aan het spelen te zetten. Zo kwam ik in de klas van Philippe Tamborini terecht aan het Conservatorium in Beauvais. In mijn Parijse flatje had ik geen piano, dus ging ik vier keer per week met de trein naar Beauvais om te oefenen. Altijd als zwartrijder trouwens, geld had ik niet. Met één les per week lukte het me wel om binnen een jaar mijn diploma te halen. Nadat ik aan mijn huidige docente en coach Rena Shereshevskaja werd voorgesteld, begon ik met mijn studie, inmiddels als post-graduate, aan de Ecole Cortot en de voorbereidingen voor het Tsjaikovski Pianoconcours.

Na deze pianocompetitie kwam je onmiddellijk in de belangstelling staan. Wat men bijzonder vond, is dat je relatief laat met je pianoles begon. Het accent werd steeds gelegd op je unieke, ongewone levensverhaal.  Voor mij is het ongewoon als iemand op zijn derde pianoles krijgt. Of tien uur per dag oefent, in plaats van levenservaring op te doen. Je moet het leven ruiken en proeven. Je moet kunnen lezen, wandelen, naar schilderijen kijken en tijd met je vriendin doorbrengen.

Jij kiest duidelijk voor het leven. Ja, ik vind het zinloos om het leven te ontlopen. Het heeft ook geen zin om zóveel uren te studeren, geen enkele grote pianist deed het.  Ik ben niet van plan om iemand met mijn zogenaamde virtuositeit te overbluffen.

Zogenaamde? Het pianistische vocabulaire verandert heel snel. Wat men vroeger de virtuositeit noemde, heeft tegenwoordig niets met échte virtuositeit te maken. Je kunt nog zo snel alle noten spelen, als ze inhoudelijk leeg zijn, dan verlies je de ware boodschap die ze verbergen. Alles wat snel is, moet ook kunnen zingen en zichzelf uitdrukken. Anders zit je alleen op de toetsen te hameren.  Ik werd nooit geraakt door demonstraties van virtuositeit, in de tegenwoordige betekenis van dit woord.

Zijn er pianisten die alles wat je zoekt in het spel ook hadden of hebben? Horowitz, Sofronitski, Pletnev en Sokolov. Dat zijn de pianisten die vanuit een partituur denken. Ze nemen de tijd ervoor, denken na over wat erin staat, zoeken naar de expressie in muziek om te kunnen communiceren. Dus niet slechts de noten uit het hoofd leren, zoals het vaak het geval is. En dat is triest, dat is pas ongewoon, om terug bij ‘ongewoon’ te komen.

Moet je jezelf en je manier van leven en spelen vaak verdedigen en uitleggen? Ja, dat komt wel eens voor, omdat ik me soms inderdaad voel aangevallen. En waarom? Omdat ik iets anders doe en denk? Ik weet gewoon dat ik mijn eigen weg moet volgen en alles zo snel mogelijk doen. Ik moet iedere dag kunnen lezen, schrijven, wandelen en niet alleen maar oefenen. Ik moet bewegen. Ik voel me genoodzaakt om te vechten tegen de zwaartekracht. Die zit in de mensen, beïnvloed hun conservatieve manier van denken en maakt ze bang voor veranderingen. Ik weet dat ik me nogal uitbundig uitdruk, maar ik wil met een gesprek meteen naar een hoger, intenser niveau gaan. Ik houd niet van dit soort praatjes: hmm, eh, ja, nee, oké, ik vind het leuk of ik vind het niet leuk. Ik heb het niet in me om te zeggen dat ik van muziek houd, of zoveel geluk heb omdat ik pianist ben, of dat Chopin zo groot is, en dat it all about love is.

Waar wil je het dan het liefst over hebben? Ik praat veel liever over de kunst. Niet over mijzelf, in ieder geval. Wat heeft het voor belang dat ik zwarte of blauwe schoenen draag? Veel belangrijker is hoe je in het leven staat, wat je vanuit je capaciteiten kunt doen.

Jij doet op dit moment ook letterlijk ontzetten veel. Veel recitals, reizen, en de eerste twee cd’s bij Sony Classics zijn ook een feit. Was alles wat in dit anderhalf jaar na het Tsjaikovski Pianoconcours gebeurde onverwacht voor jou? Ik kwam niet naar Moskou om te winnen, maar om de ervaring op te doen. Toen ik daar was, werkte ik zoals ik altijd doe. Er waren genoeg goede pianisten, ik heb niet verwacht dat ik zo ver zou komen. Maar toevallig houd ik van verrassingen. De piano die nog niet op het podium staat, de verkeerde schoenen, die ik tien seconden voor aanvang nog steeds draag. Op het moment dat ik me realiseer dat iets niet klopt, is het alsof ik een elektrische schok krijg. Die opwinding is heel goed voor mij, ik speel dan mijn beste concerten. Ik ben veel meer geneigd te stressen als alles op rolletjes loopt.

Ik herinner me de intensiteit van je concert in Beauvais twee jaar geleden. Ben je niet bang dat je na afloop helemaal uitgeput raakt? Intensiteit is het enige criterium van mijn leven. Het is de enige mogelijke manier voor mij, dus mijn antwoord op je vraag is – nee. Waarom zou ik dit anders allemaal nog doen? Er zijn veel andere pianisten die ook kunnen spelen. Ik hoef niemand iets te bewijzen. Ik speel omdat het mijn manier van communiceren is. Muziek is een krachtig communicatiemiddel, maar hoe moet ik dan anders communiceren als ik niet écht betrokken ben? Ik geef alles wat ik heb op dat moment.

En dat bij elk concert? Ja, ik word moe als ik niet geef wat ik kan. Het is een paradox, ik weet, maar het is waar. Dat voelt als een catastrofe en dat laat me gebroken achter na een concert. Ik ontvang ook veel terug, ik voel de energie van mijn publiek. Dat betekent dat de mensen niet onverschillig zitten te luisteren. Dat maakt een concert interessant, anders is het vreselijk saai. Je kunt thuis ook naar een mooie cd luisteren. Het concert is een speciale gebeurtenis. Het is om te beginnen eenmalig, je kunt het niet reproduceren. Het is ook een belevenis, een ervaring die door al die mensen in de zaal gedeeld wordt. Het moet extreem zijn zoals een borderline ervaring. Wij zijn hier niet om de vakantie te vieren.

Op jouw beide cd’s staan de composities die niet tot de alledaagse debuutalbums behoren. Zoals  Scarlatti’ sonates en Ravels Gaspard de la nuit op de eerste cd of de Toccata in c van Bach en Medtners Sonate in f  van jouw nieuwe opname. Ook de concertprogramma’s hebben verrassende titels, bijvoorbeeld de Tweede Pianosonate van Karol Szymanowski. Ze zijn stuk voor stuk fascinerende muziekverhalen. Szymanowski’s Sonate is een ongelooflijk stuk. Ik kan me geen reden bedenken waarom het zo weinig wordt gespeeld, net als Scarlatti trouwens. Deze werken zijn gemaakt voor recitals. Medtner is een componist met ongelooflijke schrijftechniek, inspiratie en het onbegrensde gevoel dat in zijn muziek klinkt.

Is dat wat je in een compositie zoekt? Ik ben niet geïnteresseerd in componisten of stijlen, ik kijk naar het stuk zelf.  Het is fascinerend hoe dezelfde twaalf klanken entoon soorten zoveel verschillende betekenissen kunnen hebben en zoveel gedaanten aannemen. Met dezelfde middelen wordt een klankbrug gebouwd waardoor dezelfde boodschap die eens bij Bach klonk, terugkomt bij Szymanowski. Dat is pas interessant. Als je het zo bekijkt, zie je muziek als iets universeels en alle componisten als één grote familie, die variaties op en van bepaalde muzikale gegevens maken. Ik houd van variaties en improvisatie in de muziek. Je kunt daar niets herhalen of vervangen, het is nu en het is anders. Dat is ook mijn levensfilosofie: niets wordt herhaald, alles is nu en uniek. ©Olga de Kort, 2017.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: