O. de Kort. Bijzondere vriendschap: Pjotr Tsjaikovski en Nadezjda von Meck (De Klank, nr. 4, 2017)

Olga de Kort. Bijzondere vriendschap: Pjotr Tsjaikovski en Nadezjda von Meck (gepubliceerd in de Klank, nr. 4, 2017)

Een geschiedenis van een bijzondere vriendschap, zo wordt de briefwisseling van Pjotr Tsjaikovski en zijn mecenas Nadezjda von Meck wel eens genoemd. Aan de jarenlange financiële steun van Von Meck was slechts een voorwaarde gebonden: de componist en zijn weldoenster zouden elkaar nooit in levende lijve ontmoeten.

Veertien jaar lang communiceerden Tsjaikovski en Von Meck per post, en als ze elkaar toevallig toch in een concertzaal tegenkwamen, lieten ze nooit merken dat ze voor elkaar meer dan vreemden waren. Zelfs toen het huwelijk van Nadezjda’s zoon Nikolaj en Tsjaikovski’s nichtje Anna de twee families met elkaar verbond, schitterde de moeder van de bruidegom door afwezigheid en gaf ze de voorkeur om Tsjaikovski’s zus slechts schriftelijk te leren kennen.

In hun meer dan 1200 brieven bespraken Pjotr en Nadezjda alles met elkaar: het weer en de oogst, huishoudelijke beslommeringen, reizen en ziektes, dood, roem, geldnood en het onbegrip van de omgeving. En natuurlijk de muziek, want al in haar eerste brief bekende Nadezjda hoeveel ze van Tsjaikovski’s muziek hield. Ze maakte haar leven draaglijker en blijer.

220px-Nadezhda_von_MeckBeste vriend en engelbewaarder

In deze veertien jaar durende dialoog was Nadezjda von Meck een toonbeeld van luisteraar en raadgever. Een rol die haar eigenlijk op het lijf was geschreven. Ze was energiek, zakelijk en zelfstandig, maar kon, volgens Pjotrs broer Modest Tsjaikovski, ook hartstochtelijk en ‘diepvoelend’ zijn.

Op het moment van haar eerste brief aan Tsjaikovski in december 1876 was zij 45 jaar en sinds kort  een puissant rijke weduwe van de militair- en spoorwegingenieur Karl von Meck (1821-1876). Naar verluidt liet hij haar een fabelachtig vermogen van 20 miljoen roebel na, samen met onroerend goed en spoorwegaandelen. Uit hun 28-jarige huwelijk werden achttien kinderen geboren, van wie er elf in leven bleven.

Nadezjda speelde goed piano, was belezen en geïnteresseerd in kunst. Ze steunde financieel Nikolaj Rubinstein, het Russische Muzikale genootschap en pianostudenten aan het Conservatorium van Moskou. Voor haar was een musicus ‘de hoogste creatie van de natuur’, zoals ze het in haar brief aan Tsjaikovski op 7 maart 1877 poëtisch uitdrukte. De muziek van haar ‘muzikale god’ Tsjaikovski gaf haar toegang tot ‘de wereld van gevoelens, verlangen en wensen, die het leven niet in staat was te verwezenlijken’. Daarin herkende ze ‘genot en droefheid’, die herinnerden aan ‘hoop, verwachtingen en geluk, die het leven zelf niet gaf’.

Ze was volkomen zichzelf in haar brieven aan Tsjaikovski: recht door zee in haar uitspraken en bezitterig in alles wat ze aanraakte. Ze schreef met plezier over haar huizen, haar treinwagons, haar vertegenwoordigers, haar parken en zelfs de crème van haar eigen melk. Heel snel begon ze ook de componist als een van haar bezittingen te beschouwen. Het liefst zou ze graag alles voor hem willen regelen: van zijn verblijf op haar landgoederen en in vakantiehuizen tot zijn reizen en concertkaartjes.

Nadezjda geloofde heilig in de kracht van geld. Haar dochters kregen bij hun huwelijken een miljoen mee, maar geluk was niet te koop, dat wist ze uit haar eigen ervaring. Tot het eind van haar leven moest zij iedereen uit de brand helpen, en de schulden van haar zonen, schoonzonen en kleinkinderen betalen. Was ze zelf wel gelukkig? Uiterlijk heel streng en gereserveerd, ze had een enorm plichtsgevoel, en was gewend om zichzelf altijd in dienst van haar man en familie te stellen. Haar verlangen naar het ideaal vond ze in Tsjaikovski en zijn muziek, en prees zich gelukkig al met de kans om haar ideaal te dienen.

Vanaf 1877 betaalde ze Tsjaikovski jaarlijks 6.000 roebel, genoeg om hem van de materiële onafhankelijkheid en het comfortabele leven te verzekeren. De Franse schrijver Henri Troyat merkte minachtend op dat het haar eigen keuze was om in plaats van muze slechts bankier te worden. Soms voelde Nadezjda zich wel dergelijk de muze, en verheugde ze zich op het horen van de aan haar opgedragen maar helaas verloren gegane Treurmars (1877) en de Eerste Orkestsuite. Ze was op de hoogte van alles waar de componist mee bezig was en volgde met veel belangstelling de vorderingen van de Vierde Symfonie die Tsjaikovski met haar uitvoerig besprak. Ze weigerde echter hun vriendschap prijs te geven toen hij besloot om haar naam op de titelpagina te plaatsen. De uiteindelijke symfonie-opdracht luidde: ‘aan mijn beste vriend”.

TchaikovskyDagboek van een componist

Tsjaikovski was altijd al een makkelijke schrijver, getuige zijn meer dan 6.000 bewaard gebleven brieven aan diverse correspondenten. In het eerste jaar van hun briefwisseling stuurde hij Nadezjda meteen al 51 brieven, terwijl zij er slechts 24 terugschreef. Heel snel werd het zijn geestelijke behoefte om zijn mecenas over alles bijna dagelijks, en soms enkele keer per dag, te berichten.

Toen Nadezjda hem voor het eerst benaderde met het verzoek om de geautoriseerde transcripties voor viool en piano te maken, was de 35-jarige Tsjaikovski al vrij bekend componist van liederen, drie kwartetten, het Eerste Pianoconcert en drie symfonieën. Haar materiële steun gaf hem de kans om het leven van onafhankelijk kunstenaar te leiden. Ineens kreeg hij de keuzevrijheid in alles, van zijn Europese reizen tot het indelen en invullen van werkuren. Niet voor niets noemde Pjotr zijn weldoenster ‘de immer gevulde hand der voorzienigheid’. Dankzij Nadezjda von Meck kon hij ‘leven en werken’. Het laatste vond hij zelfs ‘meer waardevol dat het leven zelf’.

Een tijdsdocument van 14 jaar 

Met het beëindigen van hun briefwisseling in 1891 kwam ook het eind aan het ‘componistenpensioen’, zoals Tsjaikovski zijn toelage schertsend omschreef. Het geld had hij al niet meer nodig, maar het verkillen van hun correspondentie deed hem wel pijn. De reden van hun breuk weet niemand. Nadezjda was moe en ziek, Tsjaikovski kampte met emotionele uitputting door het verlies van vrienden en familieleden. Hij kreeg het gevoel dat zijn penvriendin veel te weinig aandacht had voor zijn eenzaamheid en moedeloosheid. Toen Tsjaikovski twee jaar later overleed, had Nadezjda, die inmiddels al 15 jaar aan tuberculose leed, slechts 2,5 maand te leven.

De brieven uit 1876-1890 zijn bijna volledig bewaard gebleven, ondanks Nadezjda’s vertrouwen dat de componist haar brieven, zoals het een gentleman betaamt, zou vernietigen. Samen vormt de correspondentie van Pjotr Tsjaikovski (1840-1893) en Nadezjda von Meck (1831-1894) een uniek tijdsdocument en Tsjaikovski’s autobiografie, geschreven vanuit zijn eigen perspectief en gezien door zijn ogen.

 Nederlandse NadezjdaNadja WillemsNederland heeft zijn eigen connectie met Tsjaikovski’s mecenas. Lydia, een van de zes dochters van Nadezjda von Meck, trouwde met officier Friedrich Eduard von Lövis of Menar. Met hun tien kinderen woonden ze in Riga. De echtgenoot van Lydia’s dochter Helene werd de Nederlandse baron Willem François Emile van der Borch tot Verwolde. Ze verhuisde naar het kasteel Vorden, waar later ook haar dochter Johanna Maria en kleindochter Elisabeth Joanna Libertine werden geboren.

De achterkleindochter van Lydia, kunstfotografe Nadja Willems (Nadjeschda Raadsen-Willems, 1971) uit Soest, is vernoemd naar haar betovergrootmoeder. Gefascineerd door de geschiedenis van haar Russische familie en de rol van Nadezjda von Meck in het leven van Tsjaikovski, maakte ze haar eigen hommage aan haar beroemde naamgenote. De serie van twaalf portretten, in december 2006 geëxposeerd in Galerie Hilversum, is geïnspireerd op de Russische 19de-eeuwse schilderijen. Om de tijdgeest en ‘het gevoel van het originele schilderij’ weer te geven, kleedde de fotografe haar modellen in tweedehands kleding, die ze samen met diverse sieraden in kringloopwinkels bij elkaar verzameld had. Een detail verbindt echter alle foto’s: een spijkerbroek die alle dames als vrijheidssymbool aan hebben. Daarmee benadrukt Nadja haar hoop (want Nadezjda in het Russisch betekent ‘hoop’) op ‘een nieuw Rusland waarin mensen zichzelf mogen zijn.’ De ‘gecreëerde beelden’ van Nadja Willems zijn te zien op haar website Nadja. (www.nadja.nl). ©Olga de Kort, 2017.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: