Olga de Kort. Interview met Viviana Sofronitsky & Paul McNulty. ‘Elk instrument heeft een ziel’ (Pianist, 2016, nr.3)

Olga de Kort. ‘Elk instrument heeft een ziel’. Interview met Paul McNulty & Viviana Sofronitsky (gepubliceerd in Pianist, 2016, nr.3)

Vijf fortepiano’s, zes componisten en de zee aan klankvariatie. De door Paul McNulty gebouwde Graf, Walter, Pleyel, Stein en Boisselot-instrumenten laten muziek horen die ooit geschreven werd voor deze modellen. Door het spelen van deze muziek laat pianiste Viviana Sofronitsky het publiek kennismaken met de kwaliteiten van de vijf piano’s en hun verschillen.viviana-sofronitsky-foto-majka-votavova-3Het concert in de Eindgenössische Technische Hoghschule Zürich in mei jl. bood een unieke kans om alle vijf instrumenten achter elkaar te horen. J. A. Stein uit 1788 met C. Ph. E. Bach, A. Walter uit 1792 met Mozart en Beethoven, C. Graf uit 1819 met Schubert, J. Pleyel uit 1830 met Chopin en Boisselot uit 1846 met Liszt. De droom van de van oorsprong Russische pianiste en de Amerikaanse pianobouwer om de naam van oude instrumenten in oude glorie te herstellen, bezorgde het publiek een luisterervaring die het niet snel zal vergeten. De eerste vragen na afloop van het concert zijn voor Paul McNulty, want hoe word je pianobouwer en kom je op het idee om oude pianomerken nieuw leven in te blazen? Viviana Sofronitsky laat haar man rustig zijn verhaal doen, en komt er bijzitten als het gesprek meer ‘de artistieke kant’ begint op te gaan. Hier tellen niet alleen de kennis en ervaring van Paul, maar ook de professionele kennis en muzikaliteit van Viviana mee.

paul_mcnultyVan rockgitarist tot pianobouwer

Tijden het concert leidde je elk instrument persoonlijk in, en in de pauze zat je ze onafgebroken te stemmen terwijl je op je vingers werd gekeken door nieuwsgierige luisteraars. Het komt niet vaak voor dat je een pianobouwer met vijf van zijn creaties tegelijk in actie ziet. Was het altijd wat je wilde doen, je eigen instrumenten bouwen? Paul McNulty: ‘Eerlijk gezegd wilde ik niets liever dan een rockgitaargod te worden, maar ik realiseerde me gelukkig op tijd dat ik werkelijk niets wist en kon. Na een gesprek met de docent klassiek gitaar aan het Peabody Institute of Music in Baltimore besloot ik eerst maar met klassiek gitaar te beginnen om een beetje inzicht in de muziek te krijgen. De eerste simpele oefeningen bleken veel interessanter dan alles wat ik daarvoor had gedaan.’

‘Ik gaf mijn hart, ziel en zaligheid aan mijn studie, maar in mijn vijfde jaar ging ik als nachtbewaker in de parkeergarage van een ziekenhuis werken, waar ik ongestoord Nietzsche kon lezen. Op een nacht begon ik aan Working, een boek met interviews van Studs Terkel. De enige gelukkige mens in dit boek, zo ontdekte ik tegen 4 uur in de ochtend, was de pianostemmer. Om 8 uur was ik klaar met mijn dienst en ging rechtstreeks naar het conservatorium. Een uur later heb ik daar de pianostemmer gevonden en vroeg hem waar ik zijn gelukmakende vak kon leren. Op zijn advies kwam ik in Boston terecht, op de North Bennet Street School, Amerika’s oudste privé ambachtsschool. Vrij snel begon ik aan piano’s te klussen en oude mechanieken te verbouwen. Ik ben daar eigenlijk nooit meer mee gestopt’.

Je maakt nu al meer dan 30 jaar piano’s. Volg je jouw instrumenten en weet je hoe ze het nu ‘maken’? ‘Jazeker, ik reis zelfs regelmatig de hele wereld door om ze te controleren. Mijn allereerste fortepiano uit 1985 is nog steeds in gebruik aan de Muziekacademie in Oslo. Hij wordt 8 uur per dag bespeeld en functioneert nog prima. Maar wat wil je, het is Walter met de Weense mechaniek, het is net een Kalasjnikov!’

Hoe ontstond dit instrument? ‘Geheel onverwachts. Na mijn afstuderen zou ik als pianorestaurateur bij Steinway in New York gaan werken. Ik zat al op hun telefoontje te wachten, maar toen ontmoette ik een meisje dat ik niet wilde achterlaten, dus New York was voor mij uitgesloten. Mijn enige alternatief was freelancen en bijna voor niets bij de Zuckermann klavecimbelfabriek wat onderdelen bewerken. Op een dag bleek dat mijn werkgever een klant uit Noorwegen al drie jaar op het bestelde instrument had laten wachten. Diens geduld was op en de volgende dag was ik zijn fortepiano aan het bouwen. Binnen drie maanden was hij klaar’.

En hoe liep het met het meisje af? ‘Het heeft helaas niet gewerkt. Maar in Zuckermanns werkplaats leerde ik Trevor Pinnock kennen, voor wie ik later drie instrumenten bouwde, en John Gibbons. Hij ging in 1986 op tournee met Frans Brüggens Orkest van de Achttiende Eeuw en vroeg me mee als pianostemmer en technicus. Het was een geweldige tijd, met 15 concerten in Europa, inclusief Amsterdam en Deventer. Het instrument dat ik moest verzorgen begaf het al heel snel, dus lieten we mijn eerste piano met een vliegtuig vanuit Oslo naar Amsterdam komen. Brüggen was heel tevreden, want het is werkelijk een heel krachtig instrument. Dat was het begin van mijn carrière als zelfstandige pianobouwer.’

Het begon allemaal in Amsterdam en jij hebt hier niet alleen piano’s gebouwd maar ook een grote kennissenkring opgebouwd. ‘Ik opende mijn eigen werkplaats en maakte mijn eerste piano in 1987, een vijfoctaven Walter-model. Er was een tekening beschikbaar, gemaakt na het openen van het originele instrument in 1979. Toevallig wilde Gustav Leonhardt het meteen uitproberen. Ik weet nog hoe hij naar mijn werkplaats kwam. Ik had toen niet eens fatsoenlijke meubels, overal stonden onderdelen van instrumenten opgeslagen. Na het spelen ging hij op de enige aanwezige bank zitten en zakte er meteen doorheen! Gelukkig kon hij mijn Walter beter waarderen dan mijn bank. Ik mocht een piano voor zijn zus Trudelies bouwen. Leonhardt was een bijzonder musicus en een aardig mens. Toen ik in 1997 mijn fortepiano vanuit Tsjechië via Amsterdam naar Harvard University in de Verenigde Staten moest verzenden, mocht het instrument bij Leonhardt thuis ‘logeren’. Viviana kwam hem uitproberen en zo hebben we elkaar ontmoet. Ik bouwde later een piano voor haar. Nu probeert ze als eerste al mijn instrumenten uit. Ze zegt me wat ik moet doen, en als ik klaar ben, vraagt ze me opnieuw te beginnen’. (lacht)6-viviana-sofronitsky-and-paul-mcnulty-in-their-workshop200 fortepiano’s 

Tussen 1986 en 2000 maakte je alleen een Walter fortepiano. Hoe kwam je op het idee om de andere modellen te bouwen? ‘Dat was een kwestie van een telefoontje! Er moet gewoon iemand op je pad komen die iets totaal anders wil dan alle anderen. Zo wenste een professor in Hannover op een dag een Graf piano. En weer een andere klant wilde een Pleyel voor de concerten tijdens het Chopin-jubileumjaar. Daarna kwam de opdracht voor Boisselot. Het komt dus voort uit een groeiende belangstelling naarmate de kennis over oude instrumenten toeneemt. Op dit moment heb ik in totaal 200 instrumenten op mijn naam staan, maar er zijn nog steeds mogelijkheden. Zo heb ik bijvoorbeeld nog geen Schumann piano, nog niet’.

Hoe lang doe je over het bouwen van een piano? ‘Toen ik alleen in Amsterdam werkte, maakte ik er 3,5 per jaar. Nu heb ik een grote werkplaats waar gemiddeld tien mensen aan het werk zijn. De Boisselot is in 6000 uur gemaakt, maar dat zijn alleen de geklokte werkuren van mijn medewerkers. Mijn uren telt niemand, ook ik niet. Graf was binnen 1600-1700 geklokte werkuren klaar’.

Hoe zie je jouw piano’s zelf, als replica’s, kopieën, authentieke reproducties? Hoe dicht staan ze bij de originelen? ‘Ik probeer de originelen te benaderen. Ik had ooit de kans om een van mijn Walters naast een originele te plaatsen, en geloof mij, ze zijn vergelijkbaar. Die van mij is misschien zelfs iets beter! (lacht). De pianisten die mijn Graf naast de originele bespeelden, verzekerden me dat mijn piano vrijwel identiek was. Dat bevestigt dat ik op het juiste spoor ben’.

Sommige pianoliefhebbers zullen zich afvragen waarom we in onze tijd, met al die moderne vleugels, de oude instrumenten proberen te benaderen. ‘Ja, dat hoor ik ook weleens. Mijn antwoord is dan dat ik functionerende instrumenten maak die stuk voor stuk beter geschikt zijn voor de muziek van bijvoorbeeld Mozart, Chopin of Brahms. De verlangen naar de verloren gegane variëteit in klank en speelmanieren bestaat trouwens al heel lang. Anton Rubinstein schreef al in 1892 in zijn boek ‘Muziek en haar meesters’ hoe jammer hij het vond dat oude fortepiano’s in musea niet meer werkten en niemand hun hun stem kon teruggeven. Hij wist toen al wat we missen’.

Wat wij precies missen wil Viviana Sofronitsky graag uitleggen. Tijdens het concert demonstreerde ze niet alleen hoe verschillende componisten op ‘hun’ instrument klinken, maar ook hoe anders hun werken op diverse instrumenten worden.  

Een instrument heeft een ziel

Elk instrument wordt tijdens jullie concerten in het zonnetje gezet door het voor hem meest geschikte repertoire ten gehore te brengen. Jouw speelmanier verandert dan ook per instrument en zelfs de meest bekende stukken klinken anders.  Viviana Sofronitsky: ‘Dat vind ik vanzelfsprekend. De stukken die ik speel waren voor deze instrumenten geschreven en hielpen hun kwaliteiten te demonstreren. Zoals Andante met variaties van Schubert, die alle klankkleuren van Graf naar voren brengen. Of de overbekende Mondscheinsonate, waar je vooral in het derde deel begint te begrijpen hoe onstuimig Beethoven werkelijk was. Alles klinkt net een beetje anders dan op een moderne vleugel, en dat blijft luisteraars wel bij’.

‘Het probleem van de hedendaagse pianowereld is dat we met een unificatie van pianospel te maken hebben. Pianisten proberen te spelen zoals ‘het hoort’, met andere woorden – een beetje hetzelfde. Als Rachmaninov, Horowitz of Gould nu aan een concours meededen, zouden ze niet eens de tweede ronde halen. Rachmaninov speelde Bach niet zoals ‘het hoort’, en Gould al helemaal niet. Musici en luisteraars krijgen de indruk dat er een soort standaard bestaat, één manier en één goedgekeurde uitvoering, de rest is niet goed of interessant.  Bij deze vijf instrumenten zorgen ze zelf dat de variatie wel degelijk aanwezig is. Want de ziel van elk instrument is anders, en daar stem ik mijn speelmanier op af. Dat doet het idee van uniformiteit teniet, het valt gewoon als een kaartenhuis in elkaar’.viviana-sofronitsky-foto-majka-votavovaTijdens het concert was heel duidelijk te zien hoe je van de mogelijkheden van je instrumenten genoot. ‘Dat kan niet anders. Ik speel en ik bespeel ze, ik doe wat ik wil, en blijf genieten van hun mogelijkheden. Waarvoor anders hebben we kunst nodig? Om jezelf te uitdrukken en om vrij te zijn. Deze instrumenten nodigen je daartoe uit’.

Zo te zien, kunnen we dus niet over één favoriet instrument praten. ‘Nee, het is moeilijk kiezen. Ik hou van alle vijf. Ze zijn allemaal gemaakt voor de werken die ervoor zijn geschreven. En wellicht ook voor nieuwe werken? Ik hoop dat deze ‘nieuwe oude’ instrumenten de aandacht van hedendaagse componisten zullen trekken, maar daarvoor moeten ze ze eerst leren kennen. Ik zou zeggen, componisten, kies een fortepiano, probeer hem uit en laat je door hem leiden’.

Meer kleuren van klankenregenboog

Welke reacties krijgen jullie na een concert? ‘Heel positieve! Concertbezoekers horen bekende werken ineens helemaal anders klinken en zijn verbaasd dat er nog steeds verrassingen met dit repertoire mogelijk zijn. Maar sommigen weten niet hoe ze moeten reageren want ze zijn onzeker over de beoordelingsmaatstaven. Ze beginnen zich meteen te excuseren dat ze geen specialisten zijn en alleen op hun gevoel af gaan. In dit geval zeg ik altijd: je drinkt toch bier en eet ijscrème en weet dan wat je lekker vindt, ook zonder een culinair diploma in je zak? Waarom vergeten we hetzelfde bij muziek te doen? Zij moet ook goed ‘smaken’ en wat nog belangrijker is, ze moet onze ziel aanspreken. Ga op je gevoel af, geniet ervan en laat je verrassen door de klank en haar dimensie!’

‘Ik denk dat onze instrumenten in ieders voordeel werken, zelfs in die van de ‘zwarte’ vleugels. Wij beconcurreren ze helemaal niet! Ze zijn goed, universeel en bieden de kans aan een heel breed publiek om met klassieke muziek kennis te maken. Wij voegen op onze beurt meer kleuren toe uit de regenboog van klanken. Dat kan meer mensen helpen om klassiekers te herontdekken. Als de vonk eenmaal ontstoken is, vinden ze daarna zeker hun weg naar de concertzaal, ongeacht welk instrument op het podium staat’. ©Olga de Kort, 2016.

Meer informatie: www.sofronitsky.com; www.fortepiano.eu

⇒ Musik an der ETH. XXI. Saison. 17. Mai 2016, 19.30 Uhr, Auditorium Maximum: Hammerklavierabend. Viviana Sofronitsky, Klavieren von Paul McNulty: C.P.E.Bach. Sonate W.65/17 g-Moll (Klavier nach J.A.Stein, ca. 1788); W.A.Mozart. Fantasie d-Moll K.397, Rondo D-Dur K.485; L.v.Beethoven. Sonata quasi una Fantasia op.27 Nr.2 cis-Moll (Mondschein-Sonate) (Klavier nach A.Walter, ca. 1792); F.chubert. Impromtus B-dus op.posth.142 Nr.2 (Klavier nach C.Graf, ca. 1819); F.Chopin. Nocturne op.48 c-Moll (Klavier nach J.Pleyel, 1830); F.Liszt. Funerailles (Fortepiano nach Boisselot, 1846). ⇒ Patronat ETH Alumni, Ortsgruppe Zürich. ⇒  Musical Discovery. Künstler- und Konzertmanagement,  Künstlerische Leitung: Nina Orotchko. ⇒ www.musicaldiscovery.ch.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: