O. de Kort. Galuppi’s klavecimbelsonates – Francesco Corti, klavecimbel – Festival Oude Muziek Utrecht (recensie)

GaluppiGaluppi aan het klavecimbel. Francesco Corti, klavecimbel (gehoord op 30 augustus 2016, Lutherse Kerk, Utrecht. Festival Oude Muziek)

Programma: Baldassare Galuppi. Sonate in F R.A.1.8.06, Sonate in c R.A.1.2.04; Johann Adolf Hasse. Sonate in d Op.7 nr.5; Baldassare Galuppi. Sonate in C R.A. 1.01.02; Domenico Scarlatti. Sonate in e K263, Sonate in E K264; Baldassare Galuppi. Sonate in A R.A.1.14.02.

Toeval of niet maar een van de veel gespeelde componisten van het Festival Oude Muziek viert op 18 oktober a.s. ook zijn jubileum. 310 jaar na zijn geboorte is Baldassare Galuppi (1706-1785) lang niet zo bekend als tijdens zijn leven, maar als het aan het Utrechtse festival ligt, komt hier verandering in. Het programma van de dit jaar aan Venetië gewijde festivaleditie biedt de luisteraars een uitgesproken kans om uitgebreid kennis te maken met deze veelzijdige componist.

De eerste concerten met Galuppi’s kamermuziek, koorwerken en klavecimbelmuziek zorgden meteen voor talrijke aangename ontdekkingen. De weinig gespeelde muziek van de Venetiaan bleek een melodische schat te verbergen aan bekoorlijke elegantie, verfijning en harmonische helderheid. Niet voor niets noemde de Engelse kunstkenner en componist Charles Burney Baldassare Galuppi een van de laatste muzikale genieën van zijn tijd. In de 18-de-eeuw was de componist door heel Europa bekend als auteur van ruim honderd opera’s en nog meer koor- en instrumentale werken. Op zijn 59ste ondernam hij de reis van zijn leven om zich aan het hof van Catharina de Grote te vestigen. Bijna drie jaar verblijdde Galuppi de hem goedgezinde opdrachtgeefster met zijn opera’s en de geestelijke muziek. Terug in Venetië, schreef hij nog bijna twee decennia lang instrumentale muziek. Qua omvang doet zijn oeuvre niet onder voor die van de uiterst productieve Domenico Scarlatti, qua bekendheid heeft Galuppi nog veel in te halen. Francesco Corti - Utrecht - 2 - foto O. de KortGelukkig kreeg de componist tijdens het Festival uitstekende pleitbezorgers: Cappella Marianum voor de kamermuziek, Les Musiciens du Louvre en Cappella Romana voor de geestelijke koorwerken. Francesco Corti presenteerde ‘Galuppi op het klavecimbel’. De luisteraars die dit recital bijwoonden en de ongepubliceerde klavecimbelsonates van Galuppi uit de bundel Passatempo al cembalo (1781) voor het eerst hoorden, zullen de interpretaties van Corti nog lang als meetlat aanhouden. De Italiaanse klavecinist speelde niet alleen fraai en technisch onberispelijk, maar ook op een lichte, quasi-improvisatorische manier die zo goed bij de sonates paste. Alle kleine details, versieringen en subtiele overgangen van deze aan modulaties rijke composities kwamen volkomen natuurlijk over, lichtvoetig, spelenderwijs en moeiteloos vrij. De melodieën van Galuppi ontvouwden zich met sierlijke eenvoud, in kleine galante stapjes. Muziek van het kleine sierlijke gebaar, dat was de indruk die al meteen ontstond bij de eerste Sonate in F. Dit gevoel werd verder alleen maar versterkt door de delicate en fragiele klank en porseleinen gewichtloosheid van de Sonates in c, C en A. Als luisteraar kon je zich heel goed voorstellen hoe deze muziek, verplant vanuit Venetië naar St. Petersburg, met open armen aan het Russische hof werd ontvangen. De driedelige, laat-barokke virtuoze Sonates bevatten veel energieke en dynamisch uitdagende momenten maar nooit en te nimmer verliest Galuppi, en met hem Corti, controle over de klank. Hij blijft beschaafd, speels en helder.

Francesco Corti - Utrecht - foto O. de KortHoe anders is dan de klavecimbelsonate van Adolf Hasse (1699-1783), Galuppi’s generatie- en enige tijd zelfs stadgenoot. Gespeeld direct na Galuppi had deze een totaal andere intensiteit van toon, veel drogere harmonieën en vaak voorspelbare wendingen. En lagere toonhoogtes met een voorkeur voor basoctaven, in tegenstelling tot Galuppi’s voorliefde voor hoge octaven en de mede daardoor verklaarbare kristalheldere klank. Het verschil was ook meteen te horen in de daaropvolgende Sonate in C van Galuppi, met zijn doorzichtige klank. De lieflijke melodie van de aria versterkte het effect van een muziekdoosje met een zilveren klank.

Meer zilverglans was te vinden in de twee sonates van de andere Italiaan op het programma, Galuppi’s oudere collega Domenico Scarlatti (1685-1757). Deze contrapuntische, enigszins Spaans gekleurde klassiekers vielen vooral op door hun strengheid en strakheid. Korte thema’s van de Sonate in e weerspiegelden het zilver van kaarslicht terwijl bij Galuppi de klank was omhuld in het zilver van ruches, delicaat kant en de lichte schittering van stenen.

Dat Galuppi ook genoeg kracht en passie bezit, daarvan getuigde de laatste sonate van dit concert, Sonate in A uit Passatempo al cembalo nr.2. Begonnen als een toonbeeld van gracieuze muzikale gestes en kleine, menuetstapjes en buigingen,  ontvouwde de sonate zich als een prachtig aria-achtig stuk, gevolgd door een onstuimig dansend Allegro assai. Als dit nog steeds een muziekdoosje was, dan wel een beetje op een hol geslagen exemplaar.

Aangezien Baldassare Galuppi meer dan vijftig klavecimbelsonates schreef, waren deze Utrechtse vier slechts het topje van de lang verborgen muzikale ijsberg, net genoeg voor een eerste kennismaking. Deze veelbelovend verlopen ontmoeting smaakt zeker naar meer en maakt nieuwsgierig naar de rest van zijn voornamelijk in manuscripten bewaarde oeuvre. @Olga de Kort, 2016.

⇒ Zie ook: Galuppi’s motetten, Galuppi’s concerten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: